Gate2 lanceert nieuwe website met Smart Industry projecten

Gate2, de Smart Industry hub van Midden-Brabant, heeft een nieuwe website waarop ze haar vele innovatieprojecten etaleert. Deze gaan over drie kerngebieden van de moderne maakindustrie: productietechnologieën, simulatietechnologieën en data- en communicatietechnologieën.

Innovatie hotspot

Gate2 in Rijen, tien jaar geleden opgericht op initiatief van Midpoint Brabant, is inmiddels dé innovatie hotspot voor het industrieel mkb in de regio. Met en voor deze bedrijven ontwikkelen en testen vele organisaties hier samen met kennisinstellingen ‘smart’ pilotprojecten en businesscases. Tevens verzorgt Gate2 gecertificeerde opleidingen, waaronder voor lijmtechnieken, metallurgie, materiaalonderzoek, 3D printing, composietmaterialen, niet-destructief onderzoek en voorspelbaar onderhoud.

Ook is Gate2 een internationale toplocatie voor simulatietrainingen voor de luchtvaart en industriële innovatieprojecten. Het project CAMPIONE is uitgegroeid tot hét platform voor Smart Industry, voorspelbaar onderhoud en Augmented en Virtual Reality. In toenemende mate richt Gate2 zich op projecten met nieuwe ‘smart’ data- en communicatietechnologieën. De samenwerking met ‘buurman’ Ericsson biedt veel perspectief voor de toekomst, zeker nu ze op de Aeroparc campus in Rijen een infrastructuur heeft opgezet om diensten en industriële toepassingen met 5G mogelijk te maken.

Onder het motto Connecting Innovators verbindt Gate2 vele moderne technologieorganisaties en onderwijs- en kennisinstellingen met elkaar. Tot welke innovatieprojecten dit heeft geleid, vind je hier op de nieuwe Gate2 website.

Wil je meer weten over de projecten van Gate2 of wil je sparren over een veelbelovend Smart Industry project? Neem dan contact op met Pierre van Kleef, directeur Gate2 en programmamanager Midpoint Brabant Smart Industry. Telefoon: 0653715860. Mail: pierrevankleef@midpointbrabant.nl.

 


Midpoint Brabant impactpartner Tilburg University Challenge

Midpoint Brabant fungeert als hét economisch samenwerkingsprogramma van Midden-Brabant en is zodoende schakel tussen onderwijs, overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Met die gedachte in het achterhoofd verbindt Midpoint Brabant zich als impactpartner aan de Tilburg University Challenge. 

De Tilburg University Challenge is een innovatie- en ondernemerscompetitie waarbij alle studenten van de Tilburg University de mogelijkheid krijgen om in co-creatie met het regionale bedrijfsleven hun ideeën en innovaties te pitchen en verder te ontwikkelen. De kick-off met ideation is op 23 september, op 1 en 8 oktober vinden verdiepende workshops customer discovery en customer validation plaats en op 15 oktober zijn er speed dates waarbij experts studenten van de top 40 projecten uitdagen om deze nog verder te verbeteren. De climax is de Grand Finale op 12 november met 20 pitches voor een jury van deskundigen.

Midpoint Brabant ondersteunt dit initiatief om ondernemerschap en innovaties in de regio Midden-Brabant te stimuleren en onderdeel uit te maken van dit bijzondere ecosysteem van ondernemende studenten, onderwijs en bedrijfsleven. In lijn met deze gedachte vinden de workshops plaats in Station88 in de Spoorzone. Samen met gemeente Tilburg is Midpoint Brabant founding partner van dit Huis voor Ondernemerschap en Innovatie. Station88 is dé plek in het hart van Tilburg waar ondernemers uit de regio Midden-Brabant verbinden, groeien en versnellen. Door voor deze doelgroep activiteiten te bundelen, initiëren en faciliteren draagt zij actief bij aan de economische ontwikkeling van de regio Midden-Brabant.

Midpoint Brabant heeft een actieve rol bij de Tilburg University Challenge met coaches die helpen om het idee, het project of de startup naar een volgend niveau te brengen en echte maatschappelijke impact te creëren. Namens Midpoint Brabant heeft directeur Bas Kapitein zitting in de jury van de Grand Finale.

Ben je ook geïnteresseerd in de Tilburg University Challenge en wil je meer informatie ontvangen, neem dan eens vrijblijvend contact op met de organisatie via info@tilburguniversitychallenge.nl of 06-40699935.


Nieuwe website Regio Deal project DALI (Data Science voor Logistieke Innovatie)

De ontwikkelingen en bedrijfscasussen van het project DALI (Data Science voor Logistieke Innovatie) zijn vanaf heden te volgen via een nieuwe website: dali.lcb.nu. DALI is een proeftuin waarin ondernemingen, studenten en professionals in Midden- en West-Brabant de komende drie jaar samenwerken aan achttien casussen voor toepassing van data science in de supply chain.

Data science is voor logistieke bedrijven noodzakelijk om voorop te blijven lopen en te excelleren. Slimmer samenwerken op basis van data dus. De DALI-proeftuin richt zich op, kosten- en efficiencyvoordelen, risicobeperking, omzetverhoging en optimaal inzetten van mensen en middelen. DALI werkt toe naar een open innovatieve community voor kennisintensieve logistiek (Smart Logistics): het bedenken, ontwikkelen, demonstreren en toepassen van nieuwe logistieke werkwijzen.

DALI draagt bij aan het verder uitbouwen van de sterke internationale positie van de regio. Midden-Brabant (Tilburg-Waalwijk) en West-Brabant zijn respectievelijk nummer 1 en 2 Logistieke Hotspot Nederland.

DALI is een van de 17 Regio Deal Midden- en West-Brabant projecten en is mede mogelijk gemaakt door Rijk, Midpoint Brabant, Regio Hart van Brabant, REWIN, Regio West-Brabant, Gemeente Breda en Gemeente Tilburg. Aan het project wordt tevens bijgedragen door het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling in het kader van OPZuid, de Provincie Noord-Brabant, het bedrijfsleven en de DALI-partners. De DALI-proeftuin wordt uitgevoerd onder de vlag van Logistics Community Brabant.

 

 


3d print-lab produceert razendsnel corona-gezichtsmaskers

Als gezichtsmaskers nu zo hard nodig zijn, waarom printen we ze dan niet gewoon? Dat was de gedachte van Heyo Beentje, directeur van het 3DPrintLab op Gate2, toen hij een oproepje van GGD Goes op LinkedIn las. Zo gezegd zo gedaan. Inmiddels werken zeven 3D printers dag in dag uit aan de gezichtsmaskers. En er zijn nog drie nieuwe printers in aantocht. “We verkopen de maskers naast aan ziekenhuizen en zorgorganisaties, ook aan kappers, schoonheidsspecialisten en tandartsen. Zo kunnen zij straks meteen aan het werk, als het weer mag.” In gesprek met Heyo over het ontstaan van 3DPrintLab, over innovatie en over (onontdekte) kansen van 3D printen.

Eigenlijk is het principe heel simpel. Een plexiglazen schermpje met een aantal voorgedrukte gaatjes erin, aan de boven- en onderkant. Daarbij: twee vrolijk gekleurde randen, waar het schermpje op wordt geklikt. En dan nog een elastiek, zodat de gebruiker het masker voor zijn of haar gezicht kan bevestigen. “Alle maskers versturen we zo: los, als bouwpakket”, vertelt Heyo. “Op deze manier beschadigen de spullen minder snel in de post. En onze klanten kunnen ze heel makkelijk zelf in elkaar zetten.” Het verhaal begon dus met een oproepje op LinkedIn. “De maskers wilden we voor een betaalbare prijs produceren. Met onze grote, industriële 3D-printer zou het te kostbaar worden. En daarom kochten we deze kleinere printers. Met de drie extra printers die in aantocht zijn, kunnen we nog meer en sneller printen.”

Iedereen kan klant zijn

3DPrintLab is in 2013 opgericht na een onderzoek in de regio Midden-Brabant. De maakindustrie in de regio was behoorlijk getroffen door de crisis van 2008. Er was behoefte  aan innovatie. 3D printen was toen nog relatief nieuw, en bood mooie kansen. Maar ja, zo’n dure industriële printer schaf je niet even één, twee, drie aan. Zeker niet als je nog niet zeker weet wat je eraan hebt. Op basis van een businessplan trad een aantal bedrijven als aandeelhouder toe. Samen met een crowdfundingactie - die 105.000 euro opleverde - schaften ze een industriële 3D-printer aan. En zo was 3DPrintLab geboren.

Sinds 2017 is Heyo directeur van het lab. Het eerste dat hij deed, was afscheid nemen van de aandeelhouders. Verkoop en besluitvorming verlopen daardoor gemakkelijker. 3DPrintLab vormde hij om tot een commercieel bedrijf. “Als ik op een feestje over het lab vertel, dan zeg ik ook wel: ieder bedrijf zou klant bij ons kunnen zijn. In principe is overal klandizie. Een goede positie dus.” Wel merkt Beentje dat bedrijven zich soms de potentie van 3D printen nog niet goed beseffen. “Een kennis van mij zit in de audiovisuele sector. Hij had nieuwe zonnekappen voor zijn camera’s nodig. Pas toen ik ze hier zelf op proef had geprint, en in de juiste kleur had laten spuiten, was hij ervan overtuigd dat de kwaliteit nét zo goed is als wat hij voorheen altijd liet maken. En in aanschaf is het veel goedkoper.”

Band met Brabant

Ondanks dat 3DPrintLab zonder haar Midden-Brabantse aandeelhouders verder ging, is het bedrijf nog steeds gevestigd op Smart Industry Campus Gate2. “De dynamiek met andere bedrijven hier is heel prettig”, zegt Heyo daarover, terwijl hij zijn kantoor uitloopt. In de ruime hal van Gate2 staat een aantal vliegtuigsimulatoren-in-aanbouw opgesteld, bestemd voor de Chinese markt. “Ze worden geproduceerd door Daedalus, dat ook hier op de campus gevestigd is. Nu printen we regelmatig onderdelen voor hen, bedoeld voor die simulatoren. En dat was niet gebeurd als we elkaar niet hier, op Gate2, hadden leren kennen. Een erg mooie kruisbestuiving, dus.” Heyo Beentje heeft nog zeer geregeld contact met programmamanager Pierre van Kleef van Midpoint Brabant, dat aan de wieg stond van de oprichting van Gate2. Breed glimlachend: “Pierre kent half Brabant. Als hij interessante contacten of bedrijven tegenkomt, dan neemt ‘ie ze gewoon hiermee naartoe. Hij is toch een soort ambassadeur voor ons. Dankzij hem werken we nu bijvoorbeeld aan een prototype voor BB leap - een bedrijf voor vertical farming.”

Liefde voor innovatie

3DPrintLab richt zich niet op één specifieke niche in de markt, vertelt Heyo. De contacten komen nu meestal via via. “Via mijn eigen netwerk, via Pierre, of via andere contacten die ons kennen.” Zo ontwikkelde hij 3D-geprinte elektrische laadpalen en jaren ‘20 straatlampen voor de gemeente Rotterdam, ontbrekende zwembad onderdelen voor een rijkaard op Ibiza en allerlei Corona gerelateerde non-touch oplossingen voor retail. “Uiteindelijk houden we ons het liefst bezig met innovatie. En door onze klantenkring breed te houden kan dat ook. Zoals nu, tijdens Corona. Er moet ineens van alles bedacht worden voor bescherming. En ook om aanraking te voorkomen. Dus we werken nu een aan soort stok waarmee je veilig touchscreens kunt bedienen. En we printen deeghaken voor een broodfabrikant die deze voorheen in China bestelde. Doordat de import nu helemaal stilligt, kwam hij bij ons terecht. Nee, we vervelen ons hier nog niet snel.”


Ingram Micro gekozen tot beste e-fulfilment warehousing

Ingram Micro Commerce & Lifecycle Services is gekozen tot beste e-fulfilment warehousing van het jaar 2020. Het bedrijf komt als glorieuze winnaar uit de bus bij de jaarlijkse Emerce 100 verkiezing voor beste bedrijven binnen de e-business branche. Ingram Micro is nauw verbonden met Midden-Brabant, dé logistieke hotspot van Nederland. De organisatie is fulfilment partner van grote (r)e-tailers, zoals bol.com in Waalwijk en de Bijenkorf op het bedrijventerrein Kraaiven in Tilburg.

Ingram Micro is een Amerikaanse onderneming met meer dan 150 distributiecentra in de wereld. De duurzame warehouses van Ingram Micro vormen de hartslag van het logistieke proces van ontelbare online bestellingen in Nederland. Het bedrijf innoveert en investeert continu in mensen, machines, gebouwen en software.

Namens de samenwerkende partijen van Midpoint Brabant en Regio Hart van Brabant feliciteren we Ingram Micro hartelijk met deze eervolle benoeming.


BioVoice innovatie & business booster naar nieuwe data

In verband met de coronacrisis is de BioVoice innovatie & business booster verplaatst naar latere data. Uitgangspunt van het BioVoice-programma is de vraag van grootbedrijven naar een biobased of circulaire oplossing voor bestaande problemen. Mkb’ers en startups in Zuidwest-Nederland krijgen de gelegenheid om te reageren op deze challenges. Ze kunnen hiermee een innovatiecontract winnen met een grootbedrijf als ‘launching customer’, inclusief financiële steun en coaching en begeleiding. De grootbedrijven zijn Cargill, Dow, Cosun, SABIC en Capi Europe.

Om zoveel mogelijk ondernemers de kans te geven om deel te nemen zijn de volgende nieuwe data bepaald:

  1. de deadline voor aanmelding gaat van donderdag 9 april naar vrijdag 8 mei 17.00 uur. Als deelnemer heb je zo meer tijd om de challenge te bekijken en de bedrijven hebben ruimere gelegenheid om vragen te beantwoorden;
  2. in de week van 11 mei vindt de selectie plaats. De deelnemers krijgen uiterlijk vrijdag 15 mei te horen wie er zijn geselecteerd voor de kennismaking;
  3. de kennismaking met de geselecteerde deelnemers is in de week van 25 mei (en eventueel in de week van 1 juni), digitaal en deels 1-op-1. De specialisten en juristen van BioVoice behandelen via webinars onderwerpen als geheimhouding en IP, het ecosysteem en praktische zaken rond het programma. Daarnaast vinden er 1-op-1 video calls plaats tussen deelnemer en challenger, onder begeleiding van een BioVoice coach;
  4. de challenge weeks verschuiven naar september. Deelnemers gaan verspreid over een periode van vier weken enkele dagen intensief aan de slag om een innovatiecontact en vouchers te verdienen.

BioVoice heeft als doel om de biobased- en circulaire economie in de regio te versterken door nieuwe kennis en techniek in een stroomversnelling te brengen en tot waarde te maken. De initiatiefnemers zijn REWIN, Green Chemistry Campus, provincie Noord-Brabant en Rabobank. Partners voor de programma uitvoering zijn Midpoint Brabant, Dockwize, Impuls Zeeland en Centre of Expertise Biobased Economy. BioVoice is mede mogelijk gemaakt door een financiële bijdrage van de Regiodeal Midden- en West-Brabant.

Voor vragen kun je de contact opnemen met programmamanager Bob Houpst. telefoon 0614314825, mail b.houpst@rewin.nl

Voor meer info, zie de website van Biovoice.


Fieldlab CAMPIONE 2 is van start

Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij (BOM), Midpoint Brabant, REWIN West-Brabant, Stichting Avans en World Class Maintenance zijn gestart met Fieldlab CAMPIONE 2. De recente subsidietoekenning via de Subsidieregeling Regio Deal Midden en West-Brabant Makes and Moves vormt het officiële startsein.

Implementatie Smart Maintenance mkb

Fieldlab CAMPIONE 2 is een doorontwikkeling vanuit het Smart Industry Fieldlab CAMPIONE. Het is onderdeel van en krijgt subsidie van de Regio Deal. Het nieuwe project gaat regionaal mkb (Midden- en West-Brabant) op weg helpen met Smart Maintenance op basis van kennis, ervaring en infrastructuur van CAMPIONE.

Slimmer en duurzamer

Een landelijk gesignaleerd probleem is, dat mbk-bedrijven Smart Maintenance op zich af zien komen, maar niet goed weten hoe ze dit op moeten gaan pakken. Fieldlab CAMPIONE 2 gaat de Smart Industry adoptie en implementatie onder mbk-bedrijven in de regio versnellen. Mkb kan in het fieldlab bij Gate2 in Gilze-Rijen gaan experimenteren met de mogelijkheden van Smart Industry (data science, IoT, VR/AR, robotica) gericht op eigen ingebrachte casussen, waarna de praktische doorvertaling van Smart Industry naar de eigen organisatie makkelijker wordt. Fieldlab CAMPIONE 2 schenkt aandacht aan de harde kant van Smart Industry (technologie en innovatie) en aan de zachte kant (skills) en organisatorische aspecten (o.a. nieuwe business modellen).

Intensieve trajecten met mkb

Avans Hogeschool start intensieve trajecten met (12 tot 20) mkb-bedrijven om ze te helpen met het operationaliseren van Smart Maintenance-toepassingen. Deze trajecten komen communicatief in de schijnwerpers om alle mkb-bedrijven in de regio te informeren en te inspireren om ook aan de slag te gaan met Smart Maintenance.

Voorlichtingsbijeenkomst

De huidige coronamaatregelen zijn al enige tijd een onzekere factor voor de datum van de voorlichtingsbijeenkomst, waarin we het 4 jaar lopende Fieldlab CAMPIONE 2-project toelichten aan de eerste groep mkb-bedrijven. Het bericht over de verwachte datum na de zomer volgt. Neem voor meer informatie contact op met Paul van Kempen, Operationeel Directeur WCM.

Regio Deal MidWest-Brabant

De samenwerkingsprojecten tussen bedrijfsleven, onderwijsinstellingen en overheden zijn er op gericht om de economie van Midden- en West-Brabant slimmer en duurzamer te maken. De innovatieprojecten uit het regiobod richten zich met name op ondersteuning van bedrijven in het mkb. Projecten krijgen vanuit de Regio Deal ondersteuning bij het maken van de goede keuzes voor de toepassing van (nieuwe) materialen en productiemethoden plus de inzet van technologieën (zoals robots) en data.

Fieldlab CAMPIONE 2 is een van de 17 Regio Deal Midden- en West-Brabant projecten en is mede mogelijk gemaakt door:

PHOTEDby Edwin Wiekens Kennisevent


Dutch Technology Week 2020 geannuleerd, datum voor 2021 bekend

Vanwege de verregaande maatregelen die het kabinet heeft genomen i.v.m. de coronacrisis, is besloten om de Dutch Technology Week 2020 niet door te laten gaan. Deze week vol events en feestelijkheden rondom techniek en technologie zou plaatsvinden van 8 tot en met 13 juni a.s.

Deltaplan Techniek, de gemeenten Tilburg, Waalwijk, Loon op Zand en Heusden, en alle andere partijen in Midden-Brabant die zich de afgelopen maanden hebben ingezet om van de editie 2020 een succes te maken vinden het ongelooflijk jammer, maar ieders gezondheid en veiligheid hebben nu de allerhoogste prioriteit.

Er is ook goed nieuws: de datum voor de Dutch Technology Week 2021 is al bekend. Volgend jaar zetten we techniek en technologie extra in de spotlights van maandag 31 mei tot en met zaterdag 5 juni. Zet deze week alvast in je agenda!


Vijf jaar Fieldlab Campione brengt slim onderhoud binnen handbereik

Gestructureerd innovaties voor voorspelbaar onderhoud bedenken, testen en ontwikkelen. Vóór 2015 gebeurde het nog nergens ons land. En dat is eigenlijk heel vreemd. Ontwikkelingen op dit vlak kunnen de Nederlandse industrie namelijk veel geld kan besparen. Voor brancheorganisatie World Class Maintenance (WCM) een goede reden om Fieldlab Campione te starten. Wat leverde het fieldlab tot nu toe op? En wat zijn de nieuwste ontwikkelingen? Met Paul van Kempen (operationeel directeur van WCM en projectleider van Campione) blikken we terug.

Net echt, alsof je zo een fabriek binnenstapt. Op Gate2 - de door Midpoint Brabant geïnitieerde Smart Industry campus in Rijen en vestigingsplek van Fieldlab Campione - staat een proefopstelling van een echte productielijn voor de procesindustrie. Met alles erop en eraan: sensoren, pompen, kleppen. Knipperende lampjes, vloeistof die rondgepompt wordt. “De term ‘conditie afhankelijk onderhoud’ is al ruim veertig jaar oud”, begint Paul. “Maar grote fabrieken - denk daarbij aan de grote chemische hotspots in Nederland - durfden er nog niet aan. Veranderen wilden ze wel, maar pas nadat bij wijze van spreken bij een buurman was aangetoond dat het werkt. Toen besloten we dat we zelf die buurman maar moesten zijn. Dat we een centrale plek voor innovatie moesten creëren. Zo is Fieldlab Campione ontstaan.”

Waarom is ‘just in time’ onderhoud zo belangrijk voor de Nederlandse industrie?

“Wat nu vaak gebeurt in fabrieken is gepland of correctief onderhoud. Dus: we gaan op basis van een planning met onderdelen van de productielijn aan de slag, zonder dat we weten of het al écht nodig is. Daardoor gebeurt het misschien te vaak, en dat kost geld. Bij de andere werkwijze is het andersom: daar ben je te laat. Een onderdeel is kapot waardoor de volledige productielijn stil komt te staan. Ook dat kost weer bakken met geld. Kortom: als je precies weet wanneer onderhoud aan je materialen nodig is, scheelt dat je hoe dan ook een hoop onnodige kosten.”

Toch zijn bedrijven terughoudend in het omarmen van innovaties, vertelde je. Hoe komt dat?

“Dat heeft te maken met risicobereidheid van de industrie. Innovaties kunnen natuurlijk ook mislukken. Die ruimte is daar niet. Dat kost teveel geld, en het kan ook nog eens gevaarlijk zijn. Veel bedrijven werken namelijk met chemicaliën waarmee je zeer voorzichtig om moet gaan.”

En dus is Fieldlab Campione een belangrijke, centrale plek. Hier wordt op een veilige manier ontwikkeld, geëxperimenteerd en getest. Wat gebeurt er precies in Rijen?

“Wat we hier doen is tweeledig. Aan de ene kant onderzoeken we nieuwe mogelijkheden. Dat doen we met kennis partijen, zoals Tilburg University. Zo werken we op dit moment onder leiding van prof. dr. Max Louwerse in een mixed reality lab aan toepassingen van Augmented en Virtual Reality. Aan de andere kant richten we ons binnen dit project steeds meer op ‘Human Capital’. Want het is natuurlijk heel leuk als je allerlei nieuwe toepassingen ontwikkelt, maar als je geen mensen kunt vinden die ermee om kunnen gaan heb je nog steeds een probleem. Daarin is de samenwerking met Avans Hogescholen en ROC Tilburg van belang. Zij hebben Campione vanaf het begin af aan omarmd. Ze hebben een speciaal curriculum voor Campione. Studenten en docenten werken zo één op één mee aan de nieuwste ontwikkelingen.”

Hoe zit het met de partijen waarvoor je het uiteindelijk doet: de procesindustrie?

“Ook zij zijn sinds de start actief betrokken bij Campione. Onder meer Sitech Services, Fujifilm en Tata Steel. En toen na verloop van tijd innovaties het Fieldlab waren ontgroeid, boden zij ruimte in hun fabriek voor pilots in de praktijk. Dat zijn de living labs. Erg mooi om te zien wat daar gebeurt. Niet alleen binnen zo’n pilot, maar ook tussen de pilots. Het zorgt voor interessante kruisbestuivingen.”

Kun je een voorbeeld noemen?

“Fujifilm is een grote speler in de productie van offsetplaten voor de grafische industrie. Maar de markt voor dat soort platen is behoorlijk veranderd dankzij digitalisering. Daarom moeten zij nog scherper zijn op alle kosten. Tijdens de pilot ontdekten we dat data van hun productieafdeling gebruikt kon worden voor ontwikkeling van onderhoudsmodellen. Dat waren dus gegevens die ze altijd al zelf in huis hadden! Met modellen die ze op basis daarvan ontwikkelden, kunnen ze nu realtime volgen hoe de staat van onderdelen in de productielijn is. Is er vervanging nodig, kunnen ze daar precies op het juiste moment op in springen. Door een relatief kleine ingreep, maar met groot effect. Dat trok de aandacht van een andere partner: Tata Steel. Zij onderzoeken nu of dit ook in hun fabrieken werkt. Dat is natuurlijk wat we het liefst zien. Dat inzichten die we bij de één verkrijgen, ook gedeeld worden met andere partijen. Er zijn al mooie business cases in Campione bereikt.”

Hoe gaat het nu verder met Fieldlab Campione?

“Dit jaar zijn we onder de noemer CAMPIONE 2.0 een nieuwe fase ingegaan. We gaan regionaal MKB (Midden- en West-Brabant) op weg helpen met Smart Maintenance op basis van kennis, ervaring en infrastructuur van CAMPIONE. Ook het vorig jaar gestarte skillslab - dus de intensieve samenwerking met Avans en ROC - loopt door om te borgen dat gekwalificeerd personeel beschikbaar blijft. Daarnaast blijven we de proefopstelling bij Gate2 steeds aanpassen en ontwikkelen. Met Ericsson, een belangrijke partner op de campus in Rijen, kijken we naar toepassing van Internet of Things, Big data en mogelijkheden van 5G. En samen met Midpoint Brabant, de BOM en Avans starten we een nieuw traject, waarmee we ons richten op MKB’ers in Brabant. Jaarlijks selecteren we drie tot zes MKB-bedrijven - dat kan gaan van een koekjesfabriek tot aan een leverancier van high tech productielijnen - die we helpen innoveren op het gebied van slim onderhoud. De successen daarvan delen we, om anderen weer te inspireren. En zo hopen we dat smart maintenance zich als een olievlek verspreidt in onze provincie. Zodat iedere ondernemer, groot of klein, mee kan profiteren van de nieuwste en beste mogelijkheden op dit vlak.”

 


Fieldlab Campione is mede mogelijk gemaakt door subsidies vanuit de gemeenten Tilburg en Gilze-Rijen, en door subsidie van OPZuid, provincie Noord-Brabant, Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en Ministerie van Economische Zaken. CAMPIONE 2.0 is mede mogelijk gemaakt vanuit de Regiodeal Midden- en West-Brabant.

CAMPIONE heeft een groot aantal partners: ABB, Actemium, Avans Hogeschool, Axians, Asset Health Dynamics, BlueTea, Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij (BOM), Delta, Dimensys, DOW Benelux B.V., Ericsson Telecommunicatie, Frauenhofer instituut, Fujifilm, Hogeschool Zeeland, Hoppenbrouwers Techniek, IFM, IJssel, IMS International, Inteliments, Interman, International Flavors & Fragrances, KEC, Kennis- en Innovatiecentrum KicMPi, Mainnovation, Midpoint Brabant, Mobile Shutdown Systems, NLR, Pfaudler, Prezent, Rijksuniversiteit Groningen, ROC Tilburg, Sabic, Samure, Schneider Electric, Sitech Services, Tata Steel, Tilburg University, TNO, TU Eindhoven, World Class Maintenance.

Wil je meer weten over ontwikkelingen rond Fieldlab Campione? World Class Maintenance deelt de komende tijd meer resultaten van dit project. Ook organiseert WCM regelmatig bijeenkomsten voor geïnteresseerden, zoals het eindevent Fieldlab Campione op 28 mei 2020. Houd de website van World Class Maintenance in de gaten voor alle updates.

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Lijmacademie al zes jaar succesvol vanaf Gate2

Sinds zes jaar is de Lijmacademie gevestigd op de Smart Industry campus Gate2 in Rijen, met ondersteuning van Midpoint Brabant. Vanaf die plek verzorgt Arnold Knottnerus opleidingen over lijmverbindingen, doet hij onderzoek en zet hij zich in voor certificering van productieprocessen waarbij lijm wordt gebruikt. Waarom is dat nodig? En hoe is het de Lijmacademie de afgelopen jaren vergaan?

Als leek moet je er misschien niet aan denken. Dat sommige onderdelen van het vliegtuig of de auto waar je in zit, met lijm aan elkaar zijn gemaakt. Maar dat gevoel is niet terecht, legt Knottnerus uit.

“Lijm is voor veel materialen net zo’n goede verbinder als bijvoorbeeld lassen.”

Succesformule

In het laboratorium van de Lijmacademie - op de begane grond van Gate2 - laat hij de kern van zijn bedrijf zien. Een ruimte vol met werkbanken, ovens, trekbanken, een afgesloten bak met UV-licht - een soort extreme variant van een zonnebank. In één van de ovens ligt een onderdeel van een laadpaal, voor elektrische auto’s. Het bestaat uit twee onderdelen - plastic op plastic - die aan elkaar zijn vastgelijmd. “Hier testen we wat het effect is van veroudering op de lijmverbinding. Met deze oven zetten we dat als het ware in scène. Zo zie je hoe lang zo’n verbinding meegaat, en of dat een wenselijke termijn is voor de fabrikant.”

Met de trekbanken testen onderzoekers en deelnemers aan de opleidingen van de Lijmacademie hoeveel druk een lijmverbinding aan kan, in de UV-bak wordt het effect van zonlicht gemeten. Maar ook andere omstandigheden, zoals zout water of zilte lucht, worden op allerlei soorten lijmverbindingen uitgeprobeerd.

“Bedrijven komen vaak bij ons terecht met een vraag. Een onderdeel blijft niet plakken: hoe kan dat? Of: welke soort verlijming werkt het best bij deze verbinding? Dat onderzoeken we hier.”

De inrichting van dit laboratorium - herinnert Arnold zich - was een belangrijke aanleiding voor de Lijmacademie om zich op Gate2 te vestigen. Na wat omzwervingen kwam hij hier terecht - zo’n lab, inclusief dure apparatuur en specifieke afzuiging - bekostig je namelijk niet één, twee, drie. “Ik kwam met Pierre van Kleef in contact. Wat ik met de Lijmacademie voor ogen had bleek toen heel goed te passen bij zijn visie voor Gate2”, vertelt Knottnerus. Vanuit zijn rol bij Midpoint Brabant faciliteerde Pierre en stelde hij budget beschikbaar. “Hij heeft me de inrichting van het laboratorium toen volledig toevertrouwd, ik kreeg alle vrijheid. Daardoor sluit het lab nu naadloos aan bij wat we in de praktijk nodig hebben. Alle apparaten die je hier ziet”, zegt hij, terwijl hij om zich heen wijst, “worden stuk voor stuk intensief gebruikt.”

Certificering

Het lastige aan verlijmen is dat je - als twee onderdelen eenmaal aan elkaar zitten - niet meer kunt zien of de verbinding kwalitatief goed is. Daarvoor zou je de onderdelen van elkaar moeten halen. En dat is natuurlijk juist niet de bedoeling. Op de één of andere manier moet je dus van tevoren kunnen voorspellen dat wat je aflevert, van de gewenste kwaliteit is. “Als je dat zeker weet, dan kun je je proces certificeren. En voor certificering is het belangrijk dat er controlemomenten zijn in alle stappen van je productieproces. Daarbij is opleiding van personeel een onmisbaar onderdeel.”

De Lijmacademie biedt die opleidingen. En wel voor alle lagen binnen een bedrijf: van een specialistisch engineer die ontwerpen maakt tot en met mensen op de werkvloer die het productieproces uitvoeren. Opleidingen vinden gepland plaats bij Gate2, of op verzoek bij een bedrijf.

“Belangrijk aan de opleidingen - met het oog op certificering - is dat je met alle lijmsoorten en -verbindingen om kunt gaan. Van heel grove, dikke lijmsoorten tot aan heel fijne soorten voor kleine onderdelen”, legt Arnold uit.

Dat zorgt vaak voor een mooie diverse trainingsgroep. “Dan zit er bijvoorbeeld een stevige, bonkige kerel van een bedrijf dat treinen bouwt naast een kleine dame die minuscule onderdelen in gehoorapparaten verwerkt.” In het begin is dat vak wel even aftasten, weet hij. “Maar uiteindelijk is de interactie goed en leren deelnemers ook van elkaar. Juist door dat verschil in achtergronden.” De Lijmacademie is opleidingspartner van het gerenommeerde Fraunhofer IFAM in Duitsland, en de opleiding zorgt voor internationale certificering. Dus stel dat een treinbouwer die hier is opgeleid naar Amerika vertrekt, dan is zijn certificering daar óók geldig. Trots: “En dat we dat hier kunnen bieden is best wel uniek.”

Potentie van lijmen

In de afgelopen zes jaar is de Lijmacademie flink gegroeid. In totaal leidde Arnold vanuit de campus in Rijen al meer dan honderd lijmspecialisten op, en bijna tweehonderd lijmvakmannen. Hoe ziet hij de ontwikkeling van de Lijmacademie in de toekomst voor zich?

“Ik hoop dat we dan als onderzoeksinstituut worden erkend op een vergelijkbaar niveau als bijvoorbeeld TNO”, begint hij.

Het doen van onderzoek naar lijmverbindingen is - mede dankzij het geavanceerde laboratorium - naast het opleiden een belangrijke focus van de Lijmacademie. Daarnaast hoopt hij dat de potentie van lijmen door de industrie de komende jaren nog beter wordt erkend. “Zeker voor het verbinden van kunststoffen is lijmen heel goed geschikt.” Het is nu vaak nog duwen, vertelt hij, om bedrijven ervan te overtuigen dat lijm de oplossing kan zijn.

“Als het aan mij ligt wordt er in de toekomst nog veel vaker gelijmd. Minimaal zo vaak als dat er nu gelast wordt. Het liefst nog vaker. Met lijm is ontzettend veel mogelijk.”