Tilburgs bedrijf Capi Europe succesvol in terughalen productie van China naar Nederland

Het tv-programma Nieuwsuur heeft onlangs aandacht besteed aan het onderwerp lokaal produceren. Hoe dit succesvol kan, bewijst de bloempottenfabriek Capi Europe uit Tilburg, de stad die van oudsher bekend staat om haar sterke maakindustrie.

Directeur Toine van de Ven van Capi Europe vertelt in het nieuwsitem waarom hij er acht jaar geleden voor heeft gekozen om zijn productie grotendeels van China naar Nederland terug te halen: “Vanwege lagere kosten hebben we jarenlang geproduceerd in China, maar we merkten dat we niet meer baas in eigen huis waren. Het ging me ook niet snel genoeg. We wilden meer de regie hebben. In China werkten 400 mensen aan de productie, in Nederland hebben we nu 60 mensen en 12 robots. We produceren een half miljoen potten per jaar en distribueren naar 70 landen. Orders gaan doorgaans dezelfde dag nog de deur uit. Veel bedrijven met productie in lagelonenlanden grijpen nu in de coronatijd mis, wij niet. Trouwens, de potten die we in ons eigen land maken kun je gewoon laten vallen, dat moet je met de potten uit China maar niet doen…´

Ton Wilthagen, hoogleraar arbeidsmarkt van Tilburg University, onderstreept het belang van reshoring, oftewel het terughalen van productie naar eigen land: “Het kan bedrijven minder kwetsbaar maken. Zo’n 10 tot 25% van de ondernemingen denkt erover om de productie weer terug te halen. Ik vind dat de overheid meer kan doen om dit mogelijk te maken. Tot nu was het idee dat we een goed vestigingsklimaat hebben, met gunstige belastingen en goed opgeleide mensen, en dat het dan vanzelf wel goed komt. Maar ik denk dat de overheid productie in eigen land meer moet stimuleren. De coronacrisis laat zien hoe afhankelijk je bent geworden van leveringen uit het buitenland.”

Midpoint Brabant stimuleert de maakindustrie in de regio met slimme technologieën en werkgelegenheid.

Bekijk hier het VIDEOFRAGMENT uit het programma Nieuwsuur.

https://www.youtube.com/watch?v=TmRtMG1LvMA

 


5G-netwerk is cruciaal voor smart maintenance

Dit artikel is een publicatie van World Class Maintenance.

We zitten in een spannende tijd, zegt salesmanager Peter Goeijers van Ericsson Telecommunicatie. Logischerwijs doelt hij niet op de coronacrisis. Goeijers heeft het over de impact van het nieuwe mobiele communicatienetwerk 5G. Die is namelijk net zo fors als de introductie van de staalindustrie en automatisering dat eerder waren, zegt hij. “5G zal onze manier van werken veranderen.”

“5G is een key enabler voor industry 4.0 en daarmee ook voor smart maintenance”, vult directeur Loet Pessers zijn collega aan. Ericsson heeft zich vorig jaar aangesloten bij WCM en is deelnemer in Fieldlab Campione.

5G testlab in Rijen

Fieldlab Campione en Ericsson zijn buren op de Rijense Gate2-campus. Goeijers zoekt graag de samenwerking met de markt en dat kan prima met Campione, legt hij uit. “Voor ons is de komst van 5G de grootste verandering sinds de introductie van het mobiele netwerk. We hebben op de campus hier een stand alone 5G testlab gebouwd en dat is best uniek in Europa. Dat rollen we nu uit naar Campione, zodat bedrijven en studenten daarmee kunnen experimenteren en zich zo kunnen voorbereiden op de toepassingen die komen.”

Draadloze sensoren

4G, de huidige standaard, gaat vooral over connectiviteit en het versturen van data van A naar B. 5G gaat veel meer over het faciliteren van cloud computing, hoge overdrachtssnelheden en een grotere betrouwbaarheid van het netwerk. Pessers: “En over draadloze sensoren, want je kunt heel veel sensoren plaatsen op een kleine oppervlakte in bijvoorbeeld een chemische installatie of een fabriek. Al die sensoren leveren veel data op en die moet je uitlezen en analyseren. 5G maakt dat mogelijk en faciliteert zo smart maintenance. Een fabriek omstellen wordt bovendien eenvoudiger, omdat die kabels niet nodig zijn. En het nieuwe netwerk heeft ook nog eens een hogere mate van security dan wifi, dat nu veel wordt gebruikt.”

Lagere latency

Het nieuwe mobiele netwerk werkt met een lagere latency (de vertragingsduur in de communicatie tussen apparaten) dan het huidige. Bij 5G worden de gegevens in één milliseconde verzonden, terwijl dit bij het 4G-netwerk vijftig milliseconden duurt. Goeijers: “Een cruciale verbetering die veel mogelijkheden biedt voor nieuwe toepassingen. Je kunt bijvoorbeeld een technisch expert op afstand live mee te laten kijken zonder beeldvertraging. Een algemeen opgeleide onderhoudsmonteur kan met die hulp op afstand een specifieke taak uitvoeren.”

Nieuwe generatie technici

Bedrijven die bij willen blijven in de internationale concurrentiestrijd doen er goed aan om 5G te omarmen, zegt Goeijers. “In veel sectoren lopen het vakmanschap en de specialistische kennis terug, onder meer door de vergrijzing. De complexiteit van systemen neemt ondertussen toe. De nieuwe generatie technici heeft die jarenlange expertise vanzelfsprekend niet en krijgt ook de tijd niet om die kennis op te bouwen. Ze is wel gewend om met nieuwe, digitale tools om te gaan. Met een tablet de status van een installatie uitlezen, bijvoorbeeld. Of sensordata uitlezen en analyseren, zodat je onderhoudstaken op het juiste moment uitvoert, in plaats van te vroeg of te laat. Zaken waarbij 5G belangrijk is.”

De veiling van de 5G-frequenties moet nog plaatsvinden en het is nog niet helemaal duidelijk hoe een en ander straks in de praktijk gaat, zegt Pessers. Operators zoals T-Mobile, VodafoneZiggo en KPN zijn in principe de eerste aanspreekpunten voor bedrijven die met nieuwe toepassingen aan de slag willen en daarvoor het 5G-netwerk nodig hebben. Gesloten netwerken voor specifieke bedrijven behoren ook tot de mogelijkheden. Operator KPN is overigens ook WCM-lid en partner in Fieldlab Campione. Pessers: “Samen geven we bedrijven de mogelijkheid om producten te ontwikkelen met behulp van 5G. Wij zijn aanjager en facilitator. Het go-to-market model is weliswaar nog onduidelijk in afwachting van de licenties en de eventuele beperkingen die daarmee samenhangen, maar wij zijn er in ieder geval klaar voor.”


Nieuw Gate2 bedrijf Aratos HAPS pioniert met dataverzameling vanuit de stratosfeer

Op 1 mei 2020 tekende Aratos HAPS het huurcontract bij Gate2. Vanuit Rijen werkt het bedrijf aan een high tech platform dat dataverzameling vanuit de stratosfeer mogelijk moet maken. CEO Peter Tjia: “In dit proces staat de eindgebruiker centraal. Daarvoor moeten we steun krijgen en toegang hebben tot een innovatief ecosysteem. Dat is een belangrijke reden waarom we voor deze locatie kozen. Met de aanwezigheid van bijvoorbeeld Koninklijke Luchtmacht en Daedalus Aviation Group is hier veel kennis aanwezig. Ook zoeken wij actief de samenwerking met andere partijen uit de regio op.”

Data verzamelen over wat er op onze aardbol gebeurt is niet nieuw. Denk aan GPS – satellietdata die je in je auto gebruikt om van A naar B te rijden. Of aan drones die beelden verzamelen voor digitale oppervlakte- of terreinmodellen en vliegtuigen die ingezet worden voor surveillance vanuit de lucht.

Wat is het voordeel van de stratosfeer?

Satellieten bevinden zich in de mesosfeer. Passagiersvliegtuigen en drones vliegen in de troposfeer. High-Altitude Platform Station systems (HAPS) richt zich op de laag daartussen: de stratosfeer. Wat is daar het voordeel van? Peter: “Vliegen in de stratosfeer maakt het real time verzamelen van data over grotere oppervlaktes bereikbaar voor veel meer partijen dan dat nu het geval is. Het is minder kostbaar. Je moet het zo zien. Om satellieten te lanceren heb je een raket nodig. En je haalt ze ook niet zomaar naar beneden. In de troposfeer, waar bijvoorbeeld passagiersvliegtuigen zich bevinden, is het dan weer relatief druk. En er is veel luchtweerstand, dus in de lucht blijven kost gewoon veel energie. Dat maakt voor een langere periode achter elkaar monitoren of surveilleren vanuit die luchtlaag lastig. Door te vliegen in de stratosfeer neem je die nadelen weg. Het kost veel minder energie om er te vliegen, en je kunt er redelijk makkelijk komen. Op dit moment wordt deze luchtlaag nog niet echt benut. En wij zien hier een goede businesscase in. Wij geloven echt dat dit wereldwijd impact kan hebben. Daarom pakken we de verdere ontwikkeling hiervan op.”

Hoe kwam Aratos HAPS bij Gate2 terecht?

Aratos HAPS is een dochteronderneming van de Griekse Aratos groep. Hoe kwamen jullie bij Gate2 terecht? Peter: “Het plan voor het High-Altitude Platform Station systems (HAPS) is in Griekenland ontstaan. Voor de verdere ontwikkeling van dit idee bleek Nederland beter geschikt. Uit ervaring weet ik dat je bij dit soort innovaties een samenwerking tussen publieke en private sector nodig hebt. En draagvlak, zodat je weet dat wat je ontwikkelt straks ook echt omarmd wordt. In de regio Midden-Brabant gebeurt veel op het gebied van aerospace. Denk aan de luchtmacht, maar ook aan een bedrijf als Daedalus Aviation Group. Hier zit bijvoorbeeld ook het Air Mobility Training Center van Defensie. Via de BOM kwam ik in contact met Midpoint Brabant en met programmamanager Pierre van Kleef. Door het kennisaanbod van andere bedrijven op de campus is dit voor ons de perfecte plek. Je loopt toch sneller bij elkaar binnen als je vanuit hetzelfde pand werkt. En we zoeken nadrukkelijk de lokale samenwerking op met zowel publieke als private partijen uit de regio.”

Wat gaat de komende tijd bij Gate2 gebeuren?

De ruimte die Aratos HAPS huurt, moet nog ingericht worden. Wat gaat hier de komende tijd gebeuren? Dick van Druten is managing director bij Kylla. De investeringstak van het bedrijf Kylla Capital Partners BV, is mede aandeelhouder van Aratos HAPS. Dick vertelt: “Samen met Paul van Kempen, directeur van aerospace en hightech specialist KEC BV, maken we een feasibility scan. Dat is het startpunt voor verdere ontwikkeling: een grondstation, software, een object dat de lucht in gaat en sensoren. En welke data is het meest interessant? Dat onderzoek doen we samen met de klant. Dus niet: wij bedenken iets moois, en vervolgens is er niemand die het wil hebben. De wensen van klanten zijn sturend in dit proces. We werken nu bijvoorbeeld al samen met de stad Parijs, voor warmte monitoring. Uiteindelijk willen we industrial lead worden: een aanjager van innovatie op dit vlak. In eerste instantie zal onze ruimte op Gate2 bedoeld zijn als een ontmoetingspunt en project office, op den duur is het ook de bedoeling dat we hier gaan bouwen. Over 12 tot 18 maanden zijn we dan als het goed is klaar om de lucht in te gaan voor een maiden flight.”

Aratos Group is in 2003 opgericht in Griekenland. Het bedrijf heeft wereldwijd ondernemingen. Sinds 2017 zijn ze ook actief in Nederland. Peter Tjia is CEO van de vijf Nederlandse ondernemingen, waaronder Aratos HAPS BV. Deze bedrijven zijn gespecialiseerd in slimme IT-oplossingen – zoals downstream processing en blockchain – gericht op onder meer binnenlandse veiligheid, medische toepassingen en overheidsdata. Kylla Corporate Transactions is in 2002 opgericht in Amsterdam. Het bedrijf bemiddelt tussen ondernemers en investeerders wereldwijd. Daarnaast financiert Kylla projecten vanuit haar investeringstak, zoals Aratos HAPS.


Gate2 lanceert nieuwe website met Smart Industry projecten

Gate2, de Smart Industry hub van Midden-Brabant, heeft een nieuwe website waarop ze haar vele innovatieprojecten etaleert. Deze gaan over drie kerngebieden van de moderne maakindustrie: productietechnologieën, simulatietechnologieën en data- en communicatietechnologieën.

Innovatie hotspot

Gate2 in Rijen, tien jaar geleden opgericht op initiatief van Midpoint Brabant, is inmiddels dé innovatie hotspot voor het industrieel mkb in de regio. Met en voor deze bedrijven ontwikkelen en testen vele organisaties hier samen met kennisinstellingen ‘smart’ pilotprojecten en businesscases. Tevens verzorgt Gate2 gecertificeerde opleidingen, waaronder voor lijmtechnieken, metallurgie, materiaalonderzoek, 3D printing, composietmaterialen, niet-destructief onderzoek en voorspelbaar onderhoud.

Ook is Gate2 een internationale toplocatie voor simulatietrainingen voor de luchtvaart en industriële innovatieprojecten. Het project CAMPIONE is uitgegroeid tot hét platform voor Smart Industry, voorspelbaar onderhoud en Augmented en Virtual Reality. In toenemende mate richt Gate2 zich op projecten met nieuwe ‘smart’ data- en communicatietechnologieën. De samenwerking met ‘buurman’ Ericsson biedt veel perspectief voor de toekomst, zeker nu ze op de Aeroparc campus in Rijen een infrastructuur heeft opgezet om diensten en industriële toepassingen met 5G mogelijk te maken.

Onder het motto Connecting Innovators verbindt Gate2 vele moderne technologieorganisaties en onderwijs- en kennisinstellingen met elkaar. Tot welke innovatieprojecten dit heeft geleid, vind je hier op de nieuwe Gate2 website.

Wil je meer weten over de projecten van Gate2 of wil je sparren over een veelbelovend Smart Industry project? Neem dan contact op met Pierre van Kleef, directeur Gate2 en programmamanager Midpoint Brabant Smart Industry. Telefoon: 0653715860. Mail: pierrevankleef@midpointbrabant.nl.

 


Deltaplan Techniek Midden-Brabant stimuleert bedrijven deuren te openen voor studenten

In Midden-Brabant ontstond in 2017 op initiatief van Midpoint Brabant het Deltaplan Techniek Midden-Brabant. Dit plan sloot naadloos aan bij de doelen van Sterk Techniekonderwijs dat een jaar daarna startte. Bart Coppes, coördinator Deltaplan Techniek Midden-Brabant, en Nico van Wijnen, directeur van metaalbedrijf ART Group, vertellen over de aanpak in Midden-Brabant.

Midden-Brabant is de regio die grofweg ligt tussen de plaatsen Den Bosch en Breda. Met Waalwijk en Heusden aan de noordkant en Hilvarenbeek aan de zuidkant. Tilburg is het epicentrum. Bart Coppes begint zijn verhaal. ‘We constateerden dat we in onze regio maar één vmbo-school hebben met een technisch vmbo-profiel PIE (Produceren, installeren en energie). Die zit in Waalwijk, helemaal aan de noordkant van de regio. Tegelijkertijd is er ook in onze regio een groeiend tekort aan technici. In 2017 stelden bedrijven samen met lokale en regionale overheden daarom het Deltaplan Techniek Midden-Brabant op. Ik begon in juni 2018 als coördinator om de in het Deltaplan geformuleerde actielijnen te realiseren. We hadden een vliegende start toen in oktober 2018 Sterk Techniekonderwijs startte waardoor 100 miljoen vrijkwam voor het technisch vmbo.’

Enthousiasmeren
Nico van Wijnen van ART Group is één van de bedrijven die al vroeg betrokken raakte. Van Wijnen: ‘Er zijn en waren veel goede initiatieven in de regio, maar er is nog steeds te weinig aanwas. Hoe keren we dat? Vanuit die vraag is het Deltaplan ontstaan. Ik ben niet iemand die overal inspringt, mijn primaire belang ligt bij mijn eigen onderneming. Maar ik vind wel dat het bedrijfsleven een grote verantwoordelijkheid heeft. Wij moeten zorgen dat onze branche aantrekkelijk is. Ik moet soms ook wennen aan de werkwijze van scholen. Maar scholen kunnen niet zorgen dat jongeren kiezen voor ons vak. Wij moeten zelf zorgen dat onze bedrijven aantrekkelijk zijn. Onze sector heeft ook heel veel te bieden. Wij kunnen heel veel jongeren een heel mooie werkplek bieden, jongeren met gedragsproblemen maar ook iemand met autisme is in onze branche prima op zijn plek.’

Op de foto: directeur van metaalbedrijf ART Group

Infrastructuur
Coppes gaat verder: ‘Hoewel we geen technisch vmbo hebben, kiezen we niet voor het opzetten van technische profielen op alle vmbo scholen. Wij zitten in een gebied waar dorpen te maken hebben met krimp. Als we nu al te weinig leerlingen hebben heeft het niet zoveel zin om te investeren in techniekprofielen op alle vmbo’s. We kiezen ervoor om technische profielen op het mbo aan te bieden. ROC Tilburg gaat die technische profielen samen met Campus 013 – de vmbo-school die tegen ROC Tilburg aan zit – voor de regio verzorgen. Daar is de juiste infrastructuur al aanwezig. En het gaat erom dát het technisch onderwijs wordt gegeven, niet waar. We denken dat op deze manier het techniekonderwijs ook toekomstbestendig is.’

Glinsterende ogen
Van Wijnen beaamt de lezing dat het opzetten van techniekprofielen op de vmbo-opleidingen niet erg zinvol is. ‘De laatste jaren zijn scholen met technische opleidingsprofielen gestopt omdat er te weinig leerlingen waren. Ik geloof dat het veel beter werkt als bedrijven hun deuren openzetten. Wij zijn 5-7 jaar geleden begonnen met groots opgezette open dagen waarop onze eigen medewerkers vertellen wat zij doen. Die trokken wel 1000-1500 mensen. De ogen van die medewerkers glinsteren nog steeds als ze vertellen over het vak dat ze al 40 jaar uitoefenen. Maar je moet wel investeren in die medewerkers en in de functies die ze uitvoeren.’

Kijken in de keuken
Coppes onderstreept het belang van het openstellen van bedrijven. ‘Een leerling kan het beste binnen een bedrijf kennismaken met het vak. Daarom is loopbaanbegeleiding ook zo belangrijk, zodat leerlingen tijdens hun schoolloopbaan kunnen onderzoeken wat ze willen. We moeten zorgen dat ze terechtkomen op de plek die aansluit bij hun wens en behoefte. Voor sommige bedrijven is het lastig om hun deuren te openen bijvoorbeeld vanwege veiligheidseisen. Maar een leerling moet echt het gevoel krijgen dat hij op de werkvloer kan en mag rondlopen, een kijkje in de keuken krijgt.’

Foto: © Nick Luypen

Gastlessen
Een aanvullende vorm om leerlingen kennis te laten maken met techniek zijn natuurlijk gastlessen. Coppes: ‘In onze regio maken we gebruik van Gastlessen, zo geregeld. Die site verbindt scholen aan bedrijven. Recent zijn filters met selectiecriteria toegevoegd die het makkelijker maken om vraag en aanbod te matchen. Scholen maken een keuze uit onderbouw of bovenbouw en kiezen het soort bedrijf. Stel scholen willen een les van een persoon van een metaalbedrijf die geschikt is voor de onderbouw van het vo. Dan vinden ze via die site iemand die aansluit bij de belevingswereld van hun leerlingen.’

Corona
We kunnen er niet omheen, midden in de Coronacrisis spreken we over een regio die zwaar getroffen is door het virus. ‘Het is voor onze regio met veel mkb een spannende tijd’, vertelt Coppes. ‘Corona werpt iedereen terug op zijn eigen benen en dwingt iedereen terug naar de kerntaak.’ Van Wijnen relativeert. ‘Eigenlijk wordt er helemaal niet zo veel van ons gevraagd. Mensen zijn inderdaad bezig met hun primaire proces. Maar ik vind dat je ook nu oog moet houden voor de buitenwereld. Het gaat om de continuïteit van je bedrijf. Mensen staan niet meer massaal bij jou op de stoep op zoek naar werk. Veel ondernemers lijken dat nog steeds te denken. Maar dat is niet zo. Je moet investeren in mensen en de aantrekkingskracht van je bedrijf.’

Bron: Nationaal Techniekpact

Foto Header: © Nick Luypen


Bart Coppes geeft tips

  • Maak gebruik van wat er al is. ‘Wij hadden het plan om een ervaringscarrousel op te zetten. Maar toen ontdekten we Gastlessen, zo geregeld. Dat doet hetzelfde en is duurzaam omdat het ook op lange termijn overeind staat.’
  • Benadruk het gezamenlijke belang. ‘Het gaat om een gedeeld belang: een nieuwe generatie technici opleiden. Dat doel bereik je alleen door de maatschappelijke opdracht centraal te stellen en boven het belang van je eigen school of bedrijf te kijken; door samen te werken en geen concurrenten van elkaar zijn.’
  • Praat niet over elkaar, maar met elkaar. ‘Dat is een open deur, maar wel ongelooflijk belangrijk.’

Op de foto: Bart Coppes


3d print-lab produceert razendsnel corona-gezichtsmaskers

Als gezichtsmaskers nu zo hard nodig zijn, waarom printen we ze dan niet gewoon? Dat was de gedachte van Heyo Beentje, directeur van het 3DPrintLab op Gate2, toen hij een oproepje van GGD Goes op LinkedIn las. Zo gezegd zo gedaan. Inmiddels werken zeven 3D printers dag in dag uit aan de gezichtsmaskers. En er zijn nog drie nieuwe printers in aantocht. “We verkopen de maskers naast aan ziekenhuizen en zorgorganisaties, ook aan kappers, schoonheidsspecialisten en tandartsen. Zo kunnen zij straks meteen aan het werk, als het weer mag.” In gesprek met Heyo over het ontstaan van 3DPrintLab, over innovatie en over (onontdekte) kansen van 3D printen.

Eigenlijk is het principe heel simpel. Een plexiglazen schermpje met een aantal voorgedrukte gaatjes erin, aan de boven- en onderkant. Daarbij: twee vrolijk gekleurde randen, waar het schermpje op wordt geklikt. En dan nog een elastiek, zodat de gebruiker het masker voor zijn of haar gezicht kan bevestigen. “Alle maskers versturen we zo: los, als bouwpakket”, vertelt Heyo. “Op deze manier beschadigen de spullen minder snel in de post. En onze klanten kunnen ze heel makkelijk zelf in elkaar zetten.” Het verhaal begon dus met een oproepje op LinkedIn. “De maskers wilden we voor een betaalbare prijs produceren. Met onze grote, industriële 3D-printer zou het te kostbaar worden. En daarom kochten we deze kleinere printers. Met de drie extra printers die in aantocht zijn, kunnen we nog meer en sneller printen.”

Iedereen kan klant zijn

3DPrintLab is in 2013 opgericht na een onderzoek in de regio Midden-Brabant. De maakindustrie in de regio was behoorlijk getroffen door de crisis van 2008. Er was behoefte  aan innovatie. 3D printen was toen nog relatief nieuw, en bood mooie kansen. Maar ja, zo’n dure industriële printer schaf je niet even één, twee, drie aan. Zeker niet als je nog niet zeker weet wat je eraan hebt. Op basis van een businessplan trad een aantal bedrijven als aandeelhouder toe. Samen met een crowdfundingactie - die 105.000 euro opleverde - schaften ze een industriële 3D-printer aan. En zo was 3DPrintLab geboren.

Sinds 2017 is Heyo directeur van het lab. Het eerste dat hij deed, was afscheid nemen van de aandeelhouders. Verkoop en besluitvorming verlopen daardoor gemakkelijker. 3DPrintLab vormde hij om tot een commercieel bedrijf. “Als ik op een feestje over het lab vertel, dan zeg ik ook wel: ieder bedrijf zou klant bij ons kunnen zijn. In principe is overal klandizie. Een goede positie dus.” Wel merkt Beentje dat bedrijven zich soms de potentie van 3D printen nog niet goed beseffen. “Een kennis van mij zit in de audiovisuele sector. Hij had nieuwe zonnekappen voor zijn camera’s nodig. Pas toen ik ze hier zelf op proef had geprint, en in de juiste kleur had laten spuiten, was hij ervan overtuigd dat de kwaliteit nét zo goed is als wat hij voorheen altijd liet maken. En in aanschaf is het veel goedkoper.”

Band met Brabant

Ondanks dat 3DPrintLab zonder haar Midden-Brabantse aandeelhouders verder ging, is het bedrijf nog steeds gevestigd op Smart Industry Campus Gate2. “De dynamiek met andere bedrijven hier is heel prettig”, zegt Heyo daarover, terwijl hij zijn kantoor uitloopt. In de ruime hal van Gate2 staat een aantal vliegtuigsimulatoren-in-aanbouw opgesteld, bestemd voor de Chinese markt. “Ze worden geproduceerd door Daedalus, dat ook hier op de campus gevestigd is. Nu printen we regelmatig onderdelen voor hen, bedoeld voor die simulatoren. En dat was niet gebeurd als we elkaar niet hier, op Gate2, hadden leren kennen. Een erg mooie kruisbestuiving, dus.” Heyo Beentje heeft nog zeer geregeld contact met programmamanager Pierre van Kleef van Midpoint Brabant, dat aan de wieg stond van de oprichting van Gate2. Breed glimlachend: “Pierre kent half Brabant. Als hij interessante contacten of bedrijven tegenkomt, dan neemt ‘ie ze gewoon hiermee naartoe. Hij is toch een soort ambassadeur voor ons. Dankzij hem werken we nu bijvoorbeeld aan een prototype voor BB leap - een bedrijf voor vertical farming.”

Liefde voor innovatie

3DPrintLab richt zich niet op één specifieke niche in de markt, vertelt Heyo. De contacten komen nu meestal via via. “Via mijn eigen netwerk, via Pierre, of via andere contacten die ons kennen.” Zo ontwikkelde hij 3D-geprinte elektrische laadpalen en jaren ‘20 straatlampen voor de gemeente Rotterdam, ontbrekende zwembad onderdelen voor een rijkaard op Ibiza en allerlei Corona gerelateerde non-touch oplossingen voor retail. “Uiteindelijk houden we ons het liefst bezig met innovatie. En door onze klantenkring breed te houden kan dat ook. Zoals nu, tijdens Corona. Er moet ineens van alles bedacht worden voor bescherming. En ook om aanraking te voorkomen. Dus we werken nu een aan soort stok waarmee je veilig touchscreens kunt bedienen. En we printen deeghaken voor een broodfabrikant die deze voorheen in China bestelde. Doordat de import nu helemaal stilligt, kwam hij bij ons terecht. Nee, we vervelen ons hier nog niet snel.”


BioVoice innovatie & business booster naar nieuwe data

In verband met de coronacrisis is de BioVoice innovatie & business booster verplaatst naar latere data. Uitgangspunt van het BioVoice-programma is de vraag van grootbedrijven naar een biobased of circulaire oplossing voor bestaande problemen. Mkb’ers en startups in Zuidwest-Nederland krijgen de gelegenheid om te reageren op deze challenges. Ze kunnen hiermee een innovatiecontract winnen met een grootbedrijf als ‘launching customer’, inclusief financiële steun en coaching en begeleiding. De grootbedrijven zijn Cargill, Dow, Cosun, SABIC en Capi Europe.

Om zoveel mogelijk ondernemers de kans te geven om deel te nemen zijn de volgende nieuwe data bepaald:

  1. de deadline voor aanmelding gaat van donderdag 9 april naar vrijdag 8 mei 17.00 uur. Als deelnemer heb je zo meer tijd om de challenge te bekijken en de bedrijven hebben ruimere gelegenheid om vragen te beantwoorden;
  2. in de week van 11 mei vindt de selectie plaats. De deelnemers krijgen uiterlijk vrijdag 15 mei te horen wie er zijn geselecteerd voor de kennismaking;
  3. de kennismaking met de geselecteerde deelnemers is in de week van 25 mei (en eventueel in de week van 1 juni), digitaal en deels 1-op-1. De specialisten en juristen van BioVoice behandelen via webinars onderwerpen als geheimhouding en IP, het ecosysteem en praktische zaken rond het programma. Daarnaast vinden er 1-op-1 video calls plaats tussen deelnemer en challenger, onder begeleiding van een BioVoice coach;
  4. de challenge weeks verschuiven naar september. Deelnemers gaan verspreid over een periode van vier weken enkele dagen intensief aan de slag om een innovatiecontact en vouchers te verdienen.

BioVoice heeft als doel om de biobased- en circulaire economie in de regio te versterken door nieuwe kennis en techniek in een stroomversnelling te brengen en tot waarde te maken. De initiatiefnemers zijn REWIN, Green Chemistry Campus, provincie Noord-Brabant en Rabobank. Partners voor de programma uitvoering zijn Midpoint Brabant, Dockwize, Impuls Zeeland en Centre of Expertise Biobased Economy. BioVoice is mede mogelijk gemaakt door een financiële bijdrage van de Regiodeal Midden- en West-Brabant.

Voor vragen kun je de contact opnemen met programmamanager Bob Houpst. telefoon 0614314825, mail b.houpst@rewin.nl

Voor meer info, zie de website van Biovoice.


Fieldlab CAMPIONE 2 is van start

Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij (BOM), Midpoint Brabant, REWIN West-Brabant, Stichting Avans en World Class Maintenance zijn gestart met Fieldlab CAMPIONE 2. De recente subsidietoekenning via de Subsidieregeling Regio Deal Midden en West-Brabant Makes and Moves vormt het officiële startsein.

Implementatie Smart Maintenance mkb

Fieldlab CAMPIONE 2 is een doorontwikkeling vanuit het Smart Industry Fieldlab CAMPIONE. Het is onderdeel van en krijgt subsidie van de Regio Deal. Het nieuwe project gaat regionaal mkb (Midden- en West-Brabant) op weg helpen met Smart Maintenance op basis van kennis, ervaring en infrastructuur van CAMPIONE.

Slimmer en duurzamer

Een landelijk gesignaleerd probleem is, dat mbk-bedrijven Smart Maintenance op zich af zien komen, maar niet goed weten hoe ze dit op moeten gaan pakken. Fieldlab CAMPIONE 2 gaat de Smart Industry adoptie en implementatie onder mbk-bedrijven in de regio versnellen. Mkb kan in het fieldlab bij Gate2 in Gilze-Rijen gaan experimenteren met de mogelijkheden van Smart Industry (data science, IoT, VR/AR, robotica) gericht op eigen ingebrachte casussen, waarna de praktische doorvertaling van Smart Industry naar de eigen organisatie makkelijker wordt. Fieldlab CAMPIONE 2 schenkt aandacht aan de harde kant van Smart Industry (technologie en innovatie) en aan de zachte kant (skills) en organisatorische aspecten (o.a. nieuwe business modellen).

Intensieve trajecten met mkb

Avans Hogeschool start intensieve trajecten met (12 tot 20) mkb-bedrijven om ze te helpen met het operationaliseren van Smart Maintenance-toepassingen. Deze trajecten komen communicatief in de schijnwerpers om alle mkb-bedrijven in de regio te informeren en te inspireren om ook aan de slag te gaan met Smart Maintenance.

Voorlichtingsbijeenkomst

De huidige coronamaatregelen zijn al enige tijd een onzekere factor voor de datum van de voorlichtingsbijeenkomst, waarin we het 4 jaar lopende Fieldlab CAMPIONE 2-project toelichten aan de eerste groep mkb-bedrijven. Het bericht over de verwachte datum na de zomer volgt. Neem voor meer informatie contact op met Paul van Kempen, Operationeel Directeur WCM.

Regio Deal MidWest-Brabant

De samenwerkingsprojecten tussen bedrijfsleven, onderwijsinstellingen en overheden zijn er op gericht om de economie van Midden- en West-Brabant slimmer en duurzamer te maken. De innovatieprojecten uit het regiobod richten zich met name op ondersteuning van bedrijven in het mkb. Projecten krijgen vanuit de Regio Deal ondersteuning bij het maken van de goede keuzes voor de toepassing van (nieuwe) materialen en productiemethoden plus de inzet van technologieën (zoals robots) en data.

Fieldlab CAMPIONE 2 is een van de 17 Regio Deal Midden- en West-Brabant projecten en is mede mogelijk gemaakt door:

PHOTEDby Edwin Wiekens Kennisevent


Dutch Technology Week 2020 geannuleerd, datum voor 2021 bekend

Vanwege de verregaande maatregelen die het kabinet heeft genomen i.v.m. de coronacrisis, is besloten om de Dutch Technology Week 2020 niet door te laten gaan. Deze week vol events en feestelijkheden rondom techniek en technologie zou plaatsvinden van 8 tot en met 13 juni a.s.

Deltaplan Techniek, de gemeenten Tilburg, Waalwijk, Loon op Zand en Heusden, en alle andere partijen in Midden-Brabant die zich de afgelopen maanden hebben ingezet om van de editie 2020 een succes te maken vinden het ongelooflijk jammer, maar ieders gezondheid en veiligheid hebben nu de allerhoogste prioriteit.

Er is ook goed nieuws: de datum voor de Dutch Technology Week 2021 is al bekend. Volgend jaar zetten we techniek en technologie extra in de spotlights van maandag 31 mei tot en met zaterdag 5 juni. Zet deze week alvast in je agenda!


Vijf jaar Fieldlab Campione brengt slim onderhoud binnen handbereik

Gestructureerd innovaties voor voorspelbaar onderhoud bedenken, testen en ontwikkelen. Vóór 2015 gebeurde het nog nergens ons land. En dat is eigenlijk heel vreemd. Ontwikkelingen op dit vlak kunnen de Nederlandse industrie namelijk veel geld kan besparen. Voor brancheorganisatie World Class Maintenance (WCM) een goede reden om Fieldlab Campione te starten. Wat leverde het fieldlab tot nu toe op? En wat zijn de nieuwste ontwikkelingen? Met Paul van Kempen (operationeel directeur van WCM en projectleider van Campione) blikken we terug.

Net echt, alsof je zo een fabriek binnenstapt. Op Gate2 - de door Midpoint Brabant geïnitieerde Smart Industry campus in Rijen en vestigingsplek van Fieldlab Campione - staat een proefopstelling van een echte productielijn voor de procesindustrie. Met alles erop en eraan: sensoren, pompen, kleppen. Knipperende lampjes, vloeistof die rondgepompt wordt. “De term ‘conditie afhankelijk onderhoud’ is al ruim veertig jaar oud”, begint Paul. “Maar grote fabrieken - denk daarbij aan de grote chemische hotspots in Nederland - durfden er nog niet aan. Veranderen wilden ze wel, maar pas nadat bij wijze van spreken bij een buurman was aangetoond dat het werkt. Toen besloten we dat we zelf die buurman maar moesten zijn. Dat we een centrale plek voor innovatie moesten creëren. Zo is Fieldlab Campione ontstaan.”

Waarom is ‘just in time’ onderhoud zo belangrijk voor de Nederlandse industrie?

“Wat nu vaak gebeurt in fabrieken is gepland of correctief onderhoud. Dus: we gaan op basis van een planning met onderdelen van de productielijn aan de slag, zonder dat we weten of het al écht nodig is. Daardoor gebeurt het misschien te vaak, en dat kost geld. Bij de andere werkwijze is het andersom: daar ben je te laat. Een onderdeel is kapot waardoor de volledige productielijn stil komt te staan. Ook dat kost weer bakken met geld. Kortom: als je precies weet wanneer onderhoud aan je materialen nodig is, scheelt dat je hoe dan ook een hoop onnodige kosten.”

Toch zijn bedrijven terughoudend in het omarmen van innovaties, vertelde je. Hoe komt dat?

“Dat heeft te maken met risicobereidheid van de industrie. Innovaties kunnen natuurlijk ook mislukken. Die ruimte is daar niet. Dat kost teveel geld, en het kan ook nog eens gevaarlijk zijn. Veel bedrijven werken namelijk met chemicaliën waarmee je zeer voorzichtig om moet gaan.”

En dus is Fieldlab Campione een belangrijke, centrale plek. Hier wordt op een veilige manier ontwikkeld, geëxperimenteerd en getest. Wat gebeurt er precies in Rijen?

“Wat we hier doen is tweeledig. Aan de ene kant onderzoeken we nieuwe mogelijkheden. Dat doen we met kennis partijen, zoals Tilburg University. Zo werken we op dit moment onder leiding van prof. dr. Max Louwerse in een mixed reality lab aan toepassingen van Augmented en Virtual Reality. Aan de andere kant richten we ons binnen dit project steeds meer op ‘Human Capital’. Want het is natuurlijk heel leuk als je allerlei nieuwe toepassingen ontwikkelt, maar als je geen mensen kunt vinden die ermee om kunnen gaan heb je nog steeds een probleem. Daarin is de samenwerking met Avans Hogescholen en ROC Tilburg van belang. Zij hebben Campione vanaf het begin af aan omarmd. Ze hebben een speciaal curriculum voor Campione. Studenten en docenten werken zo één op één mee aan de nieuwste ontwikkelingen.”

Hoe zit het met de partijen waarvoor je het uiteindelijk doet: de procesindustrie?

“Ook zij zijn sinds de start actief betrokken bij Campione. Onder meer Sitech Services, Fujifilm en Tata Steel. En toen na verloop van tijd innovaties het Fieldlab waren ontgroeid, boden zij ruimte in hun fabriek voor pilots in de praktijk. Dat zijn de living labs. Erg mooi om te zien wat daar gebeurt. Niet alleen binnen zo’n pilot, maar ook tussen de pilots. Het zorgt voor interessante kruisbestuivingen.”

Kun je een voorbeeld noemen?

“Fujifilm is een grote speler in de productie van offsetplaten voor de grafische industrie. Maar de markt voor dat soort platen is behoorlijk veranderd dankzij digitalisering. Daarom moeten zij nog scherper zijn op alle kosten. Tijdens de pilot ontdekten we dat data van hun productieafdeling gebruikt kon worden voor ontwikkeling van onderhoudsmodellen. Dat waren dus gegevens die ze altijd al zelf in huis hadden! Met modellen die ze op basis daarvan ontwikkelden, kunnen ze nu realtime volgen hoe de staat van onderdelen in de productielijn is. Is er vervanging nodig, kunnen ze daar precies op het juiste moment op in springen. Door een relatief kleine ingreep, maar met groot effect. Dat trok de aandacht van een andere partner: Tata Steel. Zij onderzoeken nu of dit ook in hun fabrieken werkt. Dat is natuurlijk wat we het liefst zien. Dat inzichten die we bij de één verkrijgen, ook gedeeld worden met andere partijen. Er zijn al mooie business cases in Campione bereikt.”

Hoe gaat het nu verder met Fieldlab Campione?

“Dit jaar zijn we onder de noemer CAMPIONE 2.0 een nieuwe fase ingegaan. We gaan regionaal MKB (Midden- en West-Brabant) op weg helpen met Smart Maintenance op basis van kennis, ervaring en infrastructuur van CAMPIONE. Ook het vorig jaar gestarte skillslab - dus de intensieve samenwerking met Avans en ROC - loopt door om te borgen dat gekwalificeerd personeel beschikbaar blijft. Daarnaast blijven we de proefopstelling bij Gate2 steeds aanpassen en ontwikkelen. Met Ericsson, een belangrijke partner op de campus in Rijen, kijken we naar toepassing van Internet of Things, Big data en mogelijkheden van 5G. En samen met Midpoint Brabant, de BOM en Avans starten we een nieuw traject, waarmee we ons richten op MKB’ers in Brabant. Jaarlijks selecteren we drie tot zes MKB-bedrijven - dat kan gaan van een koekjesfabriek tot aan een leverancier van high tech productielijnen - die we helpen innoveren op het gebied van slim onderhoud. De successen daarvan delen we, om anderen weer te inspireren. En zo hopen we dat smart maintenance zich als een olievlek verspreidt in onze provincie. Zodat iedere ondernemer, groot of klein, mee kan profiteren van de nieuwste en beste mogelijkheden op dit vlak.”

 


Fieldlab Campione is mede mogelijk gemaakt door subsidies vanuit de gemeenten Tilburg en Gilze-Rijen, en door subsidie van OPZuid, provincie Noord-Brabant, Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en Ministerie van Economische Zaken. CAMPIONE 2.0 is mede mogelijk gemaakt vanuit de Regiodeal Midden- en West-Brabant.

CAMPIONE heeft een groot aantal partners: ABB, Actemium, Avans Hogeschool, Axians, Asset Health Dynamics, BlueTea, Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij (BOM), Delta, Dimensys, DOW Benelux B.V., Ericsson Telecommunicatie, Frauenhofer instituut, Fujifilm, Hogeschool Zeeland, Hoppenbrouwers Techniek, IFM, IJssel, IMS International, Inteliments, Interman, International Flavors & Fragrances, KEC, Kennis- en Innovatiecentrum KicMPi, Mainnovation, Midpoint Brabant, Mobile Shutdown Systems, NLR, Pfaudler, Prezent, Rijksuniversiteit Groningen, ROC Tilburg, Sabic, Samure, Schneider Electric, Sitech Services, Tata Steel, Tilburg University, TNO, TU Eindhoven, World Class Maintenance.

Wil je meer weten over ontwikkelingen rond Fieldlab Campione? World Class Maintenance deelt de komende tijd meer resultaten van dit project. Ook organiseert WCM regelmatig bijeenkomsten voor geïnteresseerden, zoals het eindevent Fieldlab Campione op 28 mei 2020. Houd de website van World Class Maintenance in de gaten voor alle updates.