Midpoint Brabant lanceert Up-New centra voor meer circulair maken Midden-Brabant

Onder de naam Up-New introduceert Midpoint Brabant een lange termijnprogramma als stimulans om de regio Midden-Brabant meer circulair te maken. De komende jaren verschijnen in Midden-Brabant diverse Up-New centra waar je kunt ervaren hoe efficiënt hergebruik in de praktijk werkt en hoe je hier als organisatie mee aan de slag kunt gaan. Ook komt er een online Up-New portaal voor informatie, inspiratie en contacten. Ondernemingen uit de regio kunnen gebruik maken van advies en ondersteuning door Midpoint Brabant om innovatieve circulaire ideeën van de grond te krijgen en deze om te zetten naar succesvolle business.

Als economisch regionaal samenwerkingsverband tussen ondernemers, onderwijs, overheid en maatschappelijke partners streeft Midpoint Brabant naar een veerkrachtig en circulair Midden-Brabant.

Regionale Up-New centra

Up-New centra zijn fysieke locaties die fungeren als ontmoetings- en werkplekken gericht op circulaire innovatie in diverse sectoren van de maakindustrie in Midden-Brabant.

Textiel

In het Drögepand naast het TextielMuseum in Tilburg komt Up-New Textiles, naar verwachting in 2022. Midpoint Brabant, TextielMuseum, TextielLab en Wolkat gaan dit exploiteren. Bezoekers zien en voelen hier hoe hergebruik van textiel precies werkt.

Leder

In de regio De Langstraat komen maar liefst twee Up-New Leather centra. Eén centrum is met name gericht op het lederproces en fashion. Het is een samenwerking van Midpoint Brabant, Gemeente Waalwijk en Leather Made Smart, een initiatief van regionale ondernemers die zich richten op het uitdragen van ‘de meest slimme schoenen- en lederregio’. Het plan is om samen met het schoenen- en ledermuseum de locatie van het Up-New Leather centrum te bepalen. Het andere centrum komt in het Heuvelpark in Dongen en gaat vooral over lederproductie. Dit wordt een samenwerking met Trace Your Leather en diverse regionale ondernemingen. Waalwijk en Dongen zijn van oudsher dé internationale ledercentra. De Langstraat is nog altijd een wereldwijde topregio in lederhandel.

Overbodige spullen en materialen

Bij de nieuwe milieustraat in Tilburg komt een Up-New Recycling centrum als ontvangststation van afgedankte consumentengoederen. In dit Circulair Ambachtscentrum gaan het Brabants Afval Team, La Poubelle en Kringloop Tilburg met Midpoint Brabant en het Kennispact MBO Brabant samenwerken om de hoeveelheid afval van de milieustraat significant te verminderen. Dit gebeurt door spullen een tweede leven te geven door ze te pimpen, te repareren of te demonteren in herbruikbare of recyclebare componenten. Kortom, de gebrachte spullen krijgen weer waarde. Zo krijgen brengers het besef dat ze iets waardevols achterlaten in plaats van dat ze ‘rommel dumpen’.

Andere sectoren

Ook zijn er plannen voor Up-New centra voor andere sectoren, zoals food (in Tilburg) en Smart Industry (bij Gate2 in Rijen). Voor de regionale kernsectoren maakindustrie, logistiek en leisure, komen speciale circulaire programma’s in combinatie met digitalisering, dataficatie, energietransitie en arbeidsmarktontwikkeling.

Nationale circulaire hotspot regio

Herman Gels, programmamanager Midpoint Brabant Circulair licht de plannen toe: “Om de Sustainable Development Goals van de United Nations te halen, zullen we ook in Midden-Brabant flink aan de bak moeten. Ons gezamenlijk doel is om Midden-Brabant in 2030 voor 50% en in 2050 100% circulair te maken. In de Regio Deal met het Rijk is opgenomen dat Midden-Brabant wil uitgroeien tot een nationaal erkende circulaire hotspot. De Up-New programma’s en centra in Midden-Brabant staan daarom in nauwe verbinding met andere keteninitiatieven in Nederland en zelfs daarbuiten. Met Up-New geven we de kennis, inspiratie én handvaten om circulair ondernemen ook daadwerkelijk te injecteren in het DNA van jouw onderneming.”

Regio Deal

Up-New is één van de zeventien projecten van de Regio Deal Makes & Moves van Midden- en West-Brabant. De hoofdpartners van het project zijn het Rijk, Provincie Noord-Brabant, gemeente Tilburg, Midpoint Brabant, Regio Hart van Brabant, Stichting MOED en Energiehuis.

Fotocredits: Alphenberg Waalwijk (ecologisch gelooid leder)


5G-netwerk is cruciaal voor smart maintenance

Dit artikel is een publicatie van World Class Maintenance.

We zitten in een spannende tijd, zegt salesmanager Peter Goeijers van Ericsson Telecommunicatie. Logischerwijs doelt hij niet op de coronacrisis. Goeijers heeft het over de impact van het nieuwe mobiele communicatienetwerk 5G. Die is namelijk net zo fors als de introductie van de staalindustrie en automatisering dat eerder waren, zegt hij. “5G zal onze manier van werken veranderen.”

“5G is een key enabler voor industry 4.0 en daarmee ook voor smart maintenance”, vult directeur Loet Pessers zijn collega aan. Ericsson heeft zich vorig jaar aangesloten bij WCM en is deelnemer in Fieldlab Campione.

5G testlab in Rijen

Fieldlab Campione en Ericsson zijn buren op de Rijense Gate2-campus. Goeijers zoekt graag de samenwerking met de markt en dat kan prima met Campione, legt hij uit. “Voor ons is de komst van 5G de grootste verandering sinds de introductie van het mobiele netwerk. We hebben op de campus hier een stand alone 5G testlab gebouwd en dat is best uniek in Europa. Dat rollen we nu uit naar Campione, zodat bedrijven en studenten daarmee kunnen experimenteren en zich zo kunnen voorbereiden op de toepassingen die komen.”

Draadloze sensoren

4G, de huidige standaard, gaat vooral over connectiviteit en het versturen van data van A naar B. 5G gaat veel meer over het faciliteren van cloud computing, hoge overdrachtssnelheden en een grotere betrouwbaarheid van het netwerk. Pessers: “En over draadloze sensoren, want je kunt heel veel sensoren plaatsen op een kleine oppervlakte in bijvoorbeeld een chemische installatie of een fabriek. Al die sensoren leveren veel data op en die moet je uitlezen en analyseren. 5G maakt dat mogelijk en faciliteert zo smart maintenance. Een fabriek omstellen wordt bovendien eenvoudiger, omdat die kabels niet nodig zijn. En het nieuwe netwerk heeft ook nog eens een hogere mate van security dan wifi, dat nu veel wordt gebruikt.”

Lagere latency

Het nieuwe mobiele netwerk werkt met een lagere latency (de vertragingsduur in de communicatie tussen apparaten) dan het huidige. Bij 5G worden de gegevens in één milliseconde verzonden, terwijl dit bij het 4G-netwerk vijftig milliseconden duurt. Goeijers: “Een cruciale verbetering die veel mogelijkheden biedt voor nieuwe toepassingen. Je kunt bijvoorbeeld een technisch expert op afstand live mee te laten kijken zonder beeldvertraging. Een algemeen opgeleide onderhoudsmonteur kan met die hulp op afstand een specifieke taak uitvoeren.”

Nieuwe generatie technici

Bedrijven die bij willen blijven in de internationale concurrentiestrijd doen er goed aan om 5G te omarmen, zegt Goeijers. “In veel sectoren lopen het vakmanschap en de specialistische kennis terug, onder meer door de vergrijzing. De complexiteit van systemen neemt ondertussen toe. De nieuwe generatie technici heeft die jarenlange expertise vanzelfsprekend niet en krijgt ook de tijd niet om die kennis op te bouwen. Ze is wel gewend om met nieuwe, digitale tools om te gaan. Met een tablet de status van een installatie uitlezen, bijvoorbeeld. Of sensordata uitlezen en analyseren, zodat je onderhoudstaken op het juiste moment uitvoert, in plaats van te vroeg of te laat. Zaken waarbij 5G belangrijk is.”

De veiling van de 5G-frequenties moet nog plaatsvinden en het is nog niet helemaal duidelijk hoe een en ander straks in de praktijk gaat, zegt Pessers. Operators zoals T-Mobile, VodafoneZiggo en KPN zijn in principe de eerste aanspreekpunten voor bedrijven die met nieuwe toepassingen aan de slag willen en daarvoor het 5G-netwerk nodig hebben. Gesloten netwerken voor specifieke bedrijven behoren ook tot de mogelijkheden. Operator KPN is overigens ook WCM-lid en partner in Fieldlab Campione. Pessers: “Samen geven we bedrijven de mogelijkheid om producten te ontwikkelen met behulp van 5G. Wij zijn aanjager en facilitator. Het go-to-market model is weliswaar nog onduidelijk in afwachting van de licenties en de eventuele beperkingen die daarmee samenhangen, maar wij zijn er in ieder geval klaar voor.”


Nieuw Gate2 bedrijf Aratos HAPS pioniert met dataverzameling vanuit de stratosfeer

Op 1 mei 2020 tekende Aratos HAPS het huurcontract bij Gate2. Vanuit Rijen werkt het bedrijf aan een high tech platform dat dataverzameling vanuit de stratosfeer mogelijk moet maken. CEO Peter Tjia: “In dit proces staat de eindgebruiker centraal. Daarvoor moeten we steun krijgen en toegang hebben tot een innovatief ecosysteem. Dat is een belangrijke reden waarom we voor deze locatie kozen. Met de aanwezigheid van bijvoorbeeld Koninklijke Luchtmacht en Daedalus Aviation Group is hier veel kennis aanwezig. Ook zoeken wij actief de samenwerking met andere partijen uit de regio op.”

Data verzamelen over wat er op onze aardbol gebeurt is niet nieuw. Denk aan GPS – satellietdata die je in je auto gebruikt om van A naar B te rijden. Of aan drones die beelden verzamelen voor digitale oppervlakte- of terreinmodellen en vliegtuigen die ingezet worden voor surveillance vanuit de lucht.

Wat is het voordeel van de stratosfeer?

Satellieten bevinden zich in de mesosfeer. Passagiersvliegtuigen en drones vliegen in de troposfeer. High-Altitude Platform Station systems (HAPS) richt zich op de laag daartussen: de stratosfeer. Wat is daar het voordeel van? Peter: “Vliegen in de stratosfeer maakt het real time verzamelen van data over grotere oppervlaktes bereikbaar voor veel meer partijen dan dat nu het geval is. Het is minder kostbaar. Je moet het zo zien. Om satellieten te lanceren heb je een raket nodig. En je haalt ze ook niet zomaar naar beneden. In de troposfeer, waar bijvoorbeeld passagiersvliegtuigen zich bevinden, is het dan weer relatief druk. En er is veel luchtweerstand, dus in de lucht blijven kost gewoon veel energie. Dat maakt voor een langere periode achter elkaar monitoren of surveilleren vanuit die luchtlaag lastig. Door te vliegen in de stratosfeer neem je die nadelen weg. Het kost veel minder energie om er te vliegen, en je kunt er redelijk makkelijk komen. Op dit moment wordt deze luchtlaag nog niet echt benut. En wij zien hier een goede businesscase in. Wij geloven echt dat dit wereldwijd impact kan hebben. Daarom pakken we de verdere ontwikkeling hiervan op.”

Hoe kwam Aratos HAPS bij Gate2 terecht?

Aratos HAPS is een dochteronderneming van de Griekse Aratos groep. Hoe kwamen jullie bij Gate2 terecht? Peter: “Het plan voor het High-Altitude Platform Station systems (HAPS) is in Griekenland ontstaan. Voor de verdere ontwikkeling van dit idee bleek Nederland beter geschikt. Uit ervaring weet ik dat je bij dit soort innovaties een samenwerking tussen publieke en private sector nodig hebt. En draagvlak, zodat je weet dat wat je ontwikkelt straks ook echt omarmd wordt. In de regio Midden-Brabant gebeurt veel op het gebied van aerospace. Denk aan de luchtmacht, maar ook aan een bedrijf als Daedalus Aviation Group. Hier zit bijvoorbeeld ook het Air Mobility Training Center van Defensie. Via de BOM kwam ik in contact met Midpoint Brabant en met programmamanager Pierre van Kleef. Door het kennisaanbod van andere bedrijven op de campus is dit voor ons de perfecte plek. Je loopt toch sneller bij elkaar binnen als je vanuit hetzelfde pand werkt. En we zoeken nadrukkelijk de lokale samenwerking op met zowel publieke als private partijen uit de regio.”

Wat gaat de komende tijd bij Gate2 gebeuren?

De ruimte die Aratos HAPS huurt, moet nog ingericht worden. Wat gaat hier de komende tijd gebeuren? Dick van Druten is managing director bij Kylla. De investeringstak van het bedrijf Kylla Capital Partners BV, is mede aandeelhouder van Aratos HAPS. Dick vertelt: “Samen met Paul van Kempen, directeur van aerospace en hightech specialist KEC BV, maken we een feasibility scan. Dat is het startpunt voor verdere ontwikkeling: een grondstation, software, een object dat de lucht in gaat en sensoren. En welke data is het meest interessant? Dat onderzoek doen we samen met de klant. Dus niet: wij bedenken iets moois, en vervolgens is er niemand die het wil hebben. De wensen van klanten zijn sturend in dit proces. We werken nu bijvoorbeeld al samen met de stad Parijs, voor warmte monitoring. Uiteindelijk willen we industrial lead worden: een aanjager van innovatie op dit vlak. In eerste instantie zal onze ruimte op Gate2 bedoeld zijn als een ontmoetingspunt en project office, op den duur is het ook de bedoeling dat we hier gaan bouwen. Over 12 tot 18 maanden zijn we dan als het goed is klaar om de lucht in te gaan voor een maiden flight.”

Aratos Group is in 2003 opgericht in Griekenland. Het bedrijf heeft wereldwijd ondernemingen. Sinds 2017 zijn ze ook actief in Nederland. Peter Tjia is CEO van de vijf Nederlandse ondernemingen, waaronder Aratos HAPS BV. Deze bedrijven zijn gespecialiseerd in slimme IT-oplossingen – zoals downstream processing en blockchain – gericht op onder meer binnenlandse veiligheid, medische toepassingen en overheidsdata. Kylla Corporate Transactions is in 2002 opgericht in Amsterdam. Het bedrijf bemiddelt tussen ondernemers en investeerders wereldwijd. Daarnaast financiert Kylla projecten vanuit haar investeringstak, zoals Aratos HAPS.


Gate2 lanceert nieuwe website met Smart Industry projecten

Gate2, de Smart Industry hub van Midden-Brabant, heeft een nieuwe website waarop ze haar vele innovatieprojecten etaleert. Deze gaan over drie kerngebieden van de moderne maakindustrie: productietechnologieën, simulatietechnologieën en data- en communicatietechnologieën.

Innovatie hotspot

Gate2 in Rijen, tien jaar geleden opgericht op initiatief van Midpoint Brabant, is inmiddels dé innovatie hotspot voor het industrieel mkb in de regio. Met en voor deze bedrijven ontwikkelen en testen vele organisaties hier samen met kennisinstellingen ‘smart’ pilotprojecten en businesscases. Tevens verzorgt Gate2 gecertificeerde opleidingen, waaronder voor lijmtechnieken, metallurgie, materiaalonderzoek, 3D printing, composietmaterialen, niet-destructief onderzoek en voorspelbaar onderhoud.

Ook is Gate2 een internationale toplocatie voor simulatietrainingen voor de luchtvaart en industriële innovatieprojecten. Het project CAMPIONE is uitgegroeid tot hét platform voor Smart Industry, voorspelbaar onderhoud en Augmented en Virtual Reality. In toenemende mate richt Gate2 zich op projecten met nieuwe ‘smart’ data- en communicatietechnologieën. De samenwerking met ‘buurman’ Ericsson biedt veel perspectief voor de toekomst, zeker nu ze op de Aeroparc campus in Rijen een infrastructuur heeft opgezet om diensten en industriële toepassingen met 5G mogelijk te maken.

Onder het motto Connecting Innovators verbindt Gate2 vele moderne technologieorganisaties en onderwijs- en kennisinstellingen met elkaar. Tot welke innovatieprojecten dit heeft geleid, vind je hier op de nieuwe Gate2 website.

Wil je meer weten over de projecten van Gate2 of wil je sparren over een veelbelovend Smart Industry project? Neem dan contact op met Pierre van Kleef, directeur Gate2 en programmamanager Midpoint Brabant Smart Industry. Telefoon: 0653715860. Mail: pierrevankleef@midpointbrabant.nl.

 


3d print-lab produceert razendsnel corona-gezichtsmaskers

Als gezichtsmaskers nu zo hard nodig zijn, waarom printen we ze dan niet gewoon? Dat was de gedachte van Heyo Beentje, directeur van het 3DPrintLab op Gate2, toen hij een oproepje van GGD Goes op LinkedIn las. Zo gezegd zo gedaan. Inmiddels werken zeven 3D printers dag in dag uit aan de gezichtsmaskers. En er zijn nog drie nieuwe printers in aantocht. “We verkopen de maskers naast aan ziekenhuizen en zorgorganisaties, ook aan kappers, schoonheidsspecialisten en tandartsen. Zo kunnen zij straks meteen aan het werk, als het weer mag.” In gesprek met Heyo over het ontstaan van 3DPrintLab, over innovatie en over (onontdekte) kansen van 3D printen.

Eigenlijk is het principe heel simpel. Een plexiglazen schermpje met een aantal voorgedrukte gaatjes erin, aan de boven- en onderkant. Daarbij: twee vrolijk gekleurde randen, waar het schermpje op wordt geklikt. En dan nog een elastiek, zodat de gebruiker het masker voor zijn of haar gezicht kan bevestigen. “Alle maskers versturen we zo: los, als bouwpakket”, vertelt Heyo. “Op deze manier beschadigen de spullen minder snel in de post. En onze klanten kunnen ze heel makkelijk zelf in elkaar zetten.” Het verhaal begon dus met een oproepje op LinkedIn. “De maskers wilden we voor een betaalbare prijs produceren. Met onze grote, industriële 3D-printer zou het te kostbaar worden. En daarom kochten we deze kleinere printers. Met de drie extra printers die in aantocht zijn, kunnen we nog meer en sneller printen.”

Iedereen kan klant zijn

3DPrintLab is in 2013 opgericht na een onderzoek in de regio Midden-Brabant. De maakindustrie in de regio was behoorlijk getroffen door de crisis van 2008. Er was behoefte  aan innovatie. 3D printen was toen nog relatief nieuw, en bood mooie kansen. Maar ja, zo’n dure industriële printer schaf je niet even één, twee, drie aan. Zeker niet als je nog niet zeker weet wat je eraan hebt. Op basis van een businessplan trad een aantal bedrijven als aandeelhouder toe. Samen met een crowdfundingactie - die 105.000 euro opleverde - schaften ze een industriële 3D-printer aan. En zo was 3DPrintLab geboren.

Sinds 2017 is Heyo directeur van het lab. Het eerste dat hij deed, was afscheid nemen van de aandeelhouders. Verkoop en besluitvorming verlopen daardoor gemakkelijker. 3DPrintLab vormde hij om tot een commercieel bedrijf. “Als ik op een feestje over het lab vertel, dan zeg ik ook wel: ieder bedrijf zou klant bij ons kunnen zijn. In principe is overal klandizie. Een goede positie dus.” Wel merkt Beentje dat bedrijven zich soms de potentie van 3D printen nog niet goed beseffen. “Een kennis van mij zit in de audiovisuele sector. Hij had nieuwe zonnekappen voor zijn camera’s nodig. Pas toen ik ze hier zelf op proef had geprint, en in de juiste kleur had laten spuiten, was hij ervan overtuigd dat de kwaliteit nét zo goed is als wat hij voorheen altijd liet maken. En in aanschaf is het veel goedkoper.”

Band met Brabant

Ondanks dat 3DPrintLab zonder haar Midden-Brabantse aandeelhouders verder ging, is het bedrijf nog steeds gevestigd op Smart Industry Campus Gate2. “De dynamiek met andere bedrijven hier is heel prettig”, zegt Heyo daarover, terwijl hij zijn kantoor uitloopt. In de ruime hal van Gate2 staat een aantal vliegtuigsimulatoren-in-aanbouw opgesteld, bestemd voor de Chinese markt. “Ze worden geproduceerd door Daedalus, dat ook hier op de campus gevestigd is. Nu printen we regelmatig onderdelen voor hen, bedoeld voor die simulatoren. En dat was niet gebeurd als we elkaar niet hier, op Gate2, hadden leren kennen. Een erg mooie kruisbestuiving, dus.” Heyo Beentje heeft nog zeer geregeld contact met programmamanager Pierre van Kleef van Midpoint Brabant, dat aan de wieg stond van de oprichting van Gate2. Breed glimlachend: “Pierre kent half Brabant. Als hij interessante contacten of bedrijven tegenkomt, dan neemt ‘ie ze gewoon hiermee naartoe. Hij is toch een soort ambassadeur voor ons. Dankzij hem werken we nu bijvoorbeeld aan een prototype voor BB leap - een bedrijf voor vertical farming.”

Liefde voor innovatie

3DPrintLab richt zich niet op één specifieke niche in de markt, vertelt Heyo. De contacten komen nu meestal via via. “Via mijn eigen netwerk, via Pierre, of via andere contacten die ons kennen.” Zo ontwikkelde hij 3D-geprinte elektrische laadpalen en jaren ‘20 straatlampen voor de gemeente Rotterdam, ontbrekende zwembad onderdelen voor een rijkaard op Ibiza en allerlei Corona gerelateerde non-touch oplossingen voor retail. “Uiteindelijk houden we ons het liefst bezig met innovatie. En door onze klantenkring breed te houden kan dat ook. Zoals nu, tijdens Corona. Er moet ineens van alles bedacht worden voor bescherming. En ook om aanraking te voorkomen. Dus we werken nu een aan soort stok waarmee je veilig touchscreens kunt bedienen. En we printen deeghaken voor een broodfabrikant die deze voorheen in China bestelde. Doordat de import nu helemaal stilligt, kwam hij bij ons terecht. Nee, we vervelen ons hier nog niet snel.”


Fieldlab CAMPIONE 2 is van start

Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij (BOM), Midpoint Brabant, REWIN West-Brabant, Stichting Avans en World Class Maintenance zijn gestart met Fieldlab CAMPIONE 2. De recente subsidietoekenning via de Subsidieregeling Regio Deal Midden en West-Brabant Makes and Moves vormt het officiële startsein.

Implementatie Smart Maintenance mkb

Fieldlab CAMPIONE 2 is een doorontwikkeling vanuit het Smart Industry Fieldlab CAMPIONE. Het is onderdeel van en krijgt subsidie van de Regio Deal. Het nieuwe project gaat regionaal mkb (Midden- en West-Brabant) op weg helpen met Smart Maintenance op basis van kennis, ervaring en infrastructuur van CAMPIONE.

Slimmer en duurzamer

Een landelijk gesignaleerd probleem is, dat mbk-bedrijven Smart Maintenance op zich af zien komen, maar niet goed weten hoe ze dit op moeten gaan pakken. Fieldlab CAMPIONE 2 gaat de Smart Industry adoptie en implementatie onder mbk-bedrijven in de regio versnellen. Mkb kan in het fieldlab bij Gate2 in Gilze-Rijen gaan experimenteren met de mogelijkheden van Smart Industry (data science, IoT, VR/AR, robotica) gericht op eigen ingebrachte casussen, waarna de praktische doorvertaling van Smart Industry naar de eigen organisatie makkelijker wordt. Fieldlab CAMPIONE 2 schenkt aandacht aan de harde kant van Smart Industry (technologie en innovatie) en aan de zachte kant (skills) en organisatorische aspecten (o.a. nieuwe business modellen).

Intensieve trajecten met mkb

Avans Hogeschool start intensieve trajecten met (12 tot 20) mkb-bedrijven om ze te helpen met het operationaliseren van Smart Maintenance-toepassingen. Deze trajecten komen communicatief in de schijnwerpers om alle mkb-bedrijven in de regio te informeren en te inspireren om ook aan de slag te gaan met Smart Maintenance.

Voorlichtingsbijeenkomst

De huidige coronamaatregelen zijn al enige tijd een onzekere factor voor de datum van de voorlichtingsbijeenkomst, waarin we het 4 jaar lopende Fieldlab CAMPIONE 2-project toelichten aan de eerste groep mkb-bedrijven. Het bericht over de verwachte datum na de zomer volgt. Neem voor meer informatie contact op met Paul van Kempen, Operationeel Directeur WCM.

Regio Deal MidWest-Brabant

De samenwerkingsprojecten tussen bedrijfsleven, onderwijsinstellingen en overheden zijn er op gericht om de economie van Midden- en West-Brabant slimmer en duurzamer te maken. De innovatieprojecten uit het regiobod richten zich met name op ondersteuning van bedrijven in het mkb. Projecten krijgen vanuit de Regio Deal ondersteuning bij het maken van de goede keuzes voor de toepassing van (nieuwe) materialen en productiemethoden plus de inzet van technologieën (zoals robots) en data.

Fieldlab CAMPIONE 2 is een van de 17 Regio Deal Midden- en West-Brabant projecten en is mede mogelijk gemaakt door:

PHOTEDby Edwin Wiekens Kennisevent


Vijf jaar Fieldlab Campione brengt slim onderhoud binnen handbereik

Gestructureerd innovaties voor voorspelbaar onderhoud bedenken, testen en ontwikkelen. Vóór 2015 gebeurde het nog nergens ons land. En dat is eigenlijk heel vreemd. Ontwikkelingen op dit vlak kunnen de Nederlandse industrie namelijk veel geld kan besparen. Voor brancheorganisatie World Class Maintenance (WCM) een goede reden om Fieldlab Campione te starten. Wat leverde het fieldlab tot nu toe op? En wat zijn de nieuwste ontwikkelingen? Met Paul van Kempen (operationeel directeur van WCM en projectleider van Campione) blikken we terug.

Net echt, alsof je zo een fabriek binnenstapt. Op Gate2 - de door Midpoint Brabant geïnitieerde Smart Industry campus in Rijen en vestigingsplek van Fieldlab Campione - staat een proefopstelling van een echte productielijn voor de procesindustrie. Met alles erop en eraan: sensoren, pompen, kleppen. Knipperende lampjes, vloeistof die rondgepompt wordt. “De term ‘conditie afhankelijk onderhoud’ is al ruim veertig jaar oud”, begint Paul. “Maar grote fabrieken - denk daarbij aan de grote chemische hotspots in Nederland - durfden er nog niet aan. Veranderen wilden ze wel, maar pas nadat bij wijze van spreken bij een buurman was aangetoond dat het werkt. Toen besloten we dat we zelf die buurman maar moesten zijn. Dat we een centrale plek voor innovatie moesten creëren. Zo is Fieldlab Campione ontstaan.”

Waarom is ‘just in time’ onderhoud zo belangrijk voor de Nederlandse industrie?

“Wat nu vaak gebeurt in fabrieken is gepland of correctief onderhoud. Dus: we gaan op basis van een planning met onderdelen van de productielijn aan de slag, zonder dat we weten of het al écht nodig is. Daardoor gebeurt het misschien te vaak, en dat kost geld. Bij de andere werkwijze is het andersom: daar ben je te laat. Een onderdeel is kapot waardoor de volledige productielijn stil komt te staan. Ook dat kost weer bakken met geld. Kortom: als je precies weet wanneer onderhoud aan je materialen nodig is, scheelt dat je hoe dan ook een hoop onnodige kosten.”

Toch zijn bedrijven terughoudend in het omarmen van innovaties, vertelde je. Hoe komt dat?

“Dat heeft te maken met risicobereidheid van de industrie. Innovaties kunnen natuurlijk ook mislukken. Die ruimte is daar niet. Dat kost teveel geld, en het kan ook nog eens gevaarlijk zijn. Veel bedrijven werken namelijk met chemicaliën waarmee je zeer voorzichtig om moet gaan.”

En dus is Fieldlab Campione een belangrijke, centrale plek. Hier wordt op een veilige manier ontwikkeld, geëxperimenteerd en getest. Wat gebeurt er precies in Rijen?

“Wat we hier doen is tweeledig. Aan de ene kant onderzoeken we nieuwe mogelijkheden. Dat doen we met kennis partijen, zoals Tilburg University. Zo werken we op dit moment onder leiding van prof. dr. Max Louwerse in een mixed reality lab aan toepassingen van Augmented en Virtual Reality. Aan de andere kant richten we ons binnen dit project steeds meer op ‘Human Capital’. Want het is natuurlijk heel leuk als je allerlei nieuwe toepassingen ontwikkelt, maar als je geen mensen kunt vinden die ermee om kunnen gaan heb je nog steeds een probleem. Daarin is de samenwerking met Avans Hogescholen en ROC Tilburg van belang. Zij hebben Campione vanaf het begin af aan omarmd. Ze hebben een speciaal curriculum voor Campione. Studenten en docenten werken zo één op één mee aan de nieuwste ontwikkelingen.”

Hoe zit het met de partijen waarvoor je het uiteindelijk doet: de procesindustrie?

“Ook zij zijn sinds de start actief betrokken bij Campione. Onder meer Sitech Services, Fujifilm en Tata Steel. En toen na verloop van tijd innovaties het Fieldlab waren ontgroeid, boden zij ruimte in hun fabriek voor pilots in de praktijk. Dat zijn de living labs. Erg mooi om te zien wat daar gebeurt. Niet alleen binnen zo’n pilot, maar ook tussen de pilots. Het zorgt voor interessante kruisbestuivingen.”

Kun je een voorbeeld noemen?

“Fujifilm is een grote speler in de productie van offsetplaten voor de grafische industrie. Maar de markt voor dat soort platen is behoorlijk veranderd dankzij digitalisering. Daarom moeten zij nog scherper zijn op alle kosten. Tijdens de pilot ontdekten we dat data van hun productieafdeling gebruikt kon worden voor ontwikkeling van onderhoudsmodellen. Dat waren dus gegevens die ze altijd al zelf in huis hadden! Met modellen die ze op basis daarvan ontwikkelden, kunnen ze nu realtime volgen hoe de staat van onderdelen in de productielijn is. Is er vervanging nodig, kunnen ze daar precies op het juiste moment op in springen. Door een relatief kleine ingreep, maar met groot effect. Dat trok de aandacht van een andere partner: Tata Steel. Zij onderzoeken nu of dit ook in hun fabrieken werkt. Dat is natuurlijk wat we het liefst zien. Dat inzichten die we bij de één verkrijgen, ook gedeeld worden met andere partijen. Er zijn al mooie business cases in Campione bereikt.”

Hoe gaat het nu verder met Fieldlab Campione?

“Dit jaar zijn we onder de noemer CAMPIONE 2.0 een nieuwe fase ingegaan. We gaan regionaal MKB (Midden- en West-Brabant) op weg helpen met Smart Maintenance op basis van kennis, ervaring en infrastructuur van CAMPIONE. Ook het vorig jaar gestarte skillslab - dus de intensieve samenwerking met Avans en ROC - loopt door om te borgen dat gekwalificeerd personeel beschikbaar blijft. Daarnaast blijven we de proefopstelling bij Gate2 steeds aanpassen en ontwikkelen. Met Ericsson, een belangrijke partner op de campus in Rijen, kijken we naar toepassing van Internet of Things, Big data en mogelijkheden van 5G. En samen met Midpoint Brabant, de BOM en Avans starten we een nieuw traject, waarmee we ons richten op MKB’ers in Brabant. Jaarlijks selecteren we drie tot zes MKB-bedrijven - dat kan gaan van een koekjesfabriek tot aan een leverancier van high tech productielijnen - die we helpen innoveren op het gebied van slim onderhoud. De successen daarvan delen we, om anderen weer te inspireren. En zo hopen we dat smart maintenance zich als een olievlek verspreidt in onze provincie. Zodat iedere ondernemer, groot of klein, mee kan profiteren van de nieuwste en beste mogelijkheden op dit vlak.”

 


Fieldlab Campione is mede mogelijk gemaakt door subsidies vanuit de gemeenten Tilburg en Gilze-Rijen, en door subsidie van OPZuid, provincie Noord-Brabant, Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en Ministerie van Economische Zaken. CAMPIONE 2.0 is mede mogelijk gemaakt vanuit de Regiodeal Midden- en West-Brabant.

CAMPIONE heeft een groot aantal partners: ABB, Actemium, Avans Hogeschool, Axians, Asset Health Dynamics, BlueTea, Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij (BOM), Delta, Dimensys, DOW Benelux B.V., Ericsson Telecommunicatie, Frauenhofer instituut, Fujifilm, Hogeschool Zeeland, Hoppenbrouwers Techniek, IFM, IJssel, IMS International, Inteliments, Interman, International Flavors & Fragrances, KEC, Kennis- en Innovatiecentrum KicMPi, Mainnovation, Midpoint Brabant, Mobile Shutdown Systems, NLR, Pfaudler, Prezent, Rijksuniversiteit Groningen, ROC Tilburg, Sabic, Samure, Schneider Electric, Sitech Services, Tata Steel, Tilburg University, TNO, TU Eindhoven, World Class Maintenance.

Wil je meer weten over ontwikkelingen rond Fieldlab Campione? World Class Maintenance deelt de komende tijd meer resultaten van dit project. Ook organiseert WCM regelmatig bijeenkomsten voor geïnteresseerden, zoals het eindevent Fieldlab Campione op 28 mei 2020. Houd de website van World Class Maintenance in de gaten voor alle updates.

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Midden-Brabant bruist van de techniek tijdens Dutch Technology Week

Vanwege de verregaande maatregelen die het kabinet heeft genomen i.v.m. de coronacrisis, is besloten om de Dutch Technology Week 2020 niet door te laten gaan. Deze week vol events en feestelijkheden rondom techniek en technologie zou plaatsvinden van 8 tot en met 13 juni a.s.

Meer informatie over de annulering én de datum in 2021 treft u hier aan.


Tijdens de Dutch Technology Week (DTW) van 8 tot en met 13 juni 2020 laten high tech bedrijven, organisaties en opleidingen in heel Nederland zien wat zij in huis hebben op het gebied van techniek. In Midden-Brabant vindt het evenement plaats in Tilburg, Waalwijk, Heusden en Loon op Zand en is het initiatief mede mogelijk gemaakt door deze gemeenten en Midpoint Brabant.

Van ambachtelijke techniek tot high tech, van techniek in de zorg, in de kunsten, in productie en logistiek, Midden-Brabant bruist van de techniek. Techniek is overal, techniek is onmisbaar, en vooral: techniek is ontzettend gaaf en uitdagend om in te werken.

Tijdens de DTW is er voor iedereen iets te ontdekken. Want deze regio heeft heel veel te bieden op het gebied techniek. Veel meer dan de bewoners van Midden-Brabant waarschijnlijk weten. Je wordt verrast, uitgedaagd en geënthousiasmeerd. Je kunt kijken, meedoen en ervaren.

Een kleine greep uit het programma

Young Talent Tour (dinsdag 9 juni)
Scholieren uit het voortgezet onderwijs in de regio bezoeken bedrijven in de regio en ervaren hoe cool werken in de techniek is. Deelnemende bedrijven zijn Jos van den Bersselaar Constructie, ART Group, Agristo, Van Beek, Focal Meditech, Ardagh Dongen, Lifewall, Fuji Film, Hoppenbrouwers Installatietechniek, Rhenus Logistics en het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis.

Verwonderroute (dinsdag 9, woensdag 10 en donderdag 11 juni)
‘Het geheim van herhaling, de kracht van patronen in kunst, cultuur, natuur, wetenschap en technologie’. Kinderen uit het basisonderwijs tekenen, ontwerpen, dansen of programmeren en ontdekken zo ‘het geheim van herhaling’… Tijdens de Verwonderroute bezoeken ze twee van deze bijzondere plekken: Ontdekstation013, Factorium, Museum De Pont, LocHal, Vincents Tekenlokaal, het TextielMuseum, Natuurmuseum Brabant en Theaters Tilburg. Er zijn vier verschillende routes.

Er staat nog veel meer op stapel. De komende tijd wordt het programma steeds verder aangevuld. Kijk op de sites van Dutch Technology Week en Platform Promotie Techniek Midden-Brabant voor de laatste ontwikkelingen.

 

Foto: Jostijn Ligtvoet Fotografie

 

 


Lijmacademie al zes jaar succesvol vanaf Gate2

Sinds zes jaar is de Lijmacademie gevestigd op de Smart Industry campus Gate2 in Rijen, met ondersteuning van Midpoint Brabant. Vanaf die plek verzorgt Arnold Knottnerus opleidingen over lijmverbindingen, doet hij onderzoek en zet hij zich in voor certificering van productieprocessen waarbij lijm wordt gebruikt. Waarom is dat nodig? En hoe is het de Lijmacademie de afgelopen jaren vergaan?

Als leek moet je er misschien niet aan denken. Dat sommige onderdelen van het vliegtuig of de auto waar je in zit, met lijm aan elkaar zijn gemaakt. Maar dat gevoel is niet terecht, legt Knottnerus uit.

“Lijm is voor veel materialen net zo’n goede verbinder als bijvoorbeeld lassen.”

Succesformule

In het laboratorium van de Lijmacademie - op de begane grond van Gate2 - laat hij de kern van zijn bedrijf zien. Een ruimte vol met werkbanken, ovens, trekbanken, een afgesloten bak met UV-licht - een soort extreme variant van een zonnebank. In één van de ovens ligt een onderdeel van een laadpaal, voor elektrische auto’s. Het bestaat uit twee onderdelen - plastic op plastic - die aan elkaar zijn vastgelijmd. “Hier testen we wat het effect is van veroudering op de lijmverbinding. Met deze oven zetten we dat als het ware in scène. Zo zie je hoe lang zo’n verbinding meegaat, en of dat een wenselijke termijn is voor de fabrikant.”

Met de trekbanken testen onderzoekers en deelnemers aan de opleidingen van de Lijmacademie hoeveel druk een lijmverbinding aan kan, in de UV-bak wordt het effect van zonlicht gemeten. Maar ook andere omstandigheden, zoals zout water of zilte lucht, worden op allerlei soorten lijmverbindingen uitgeprobeerd.

“Bedrijven komen vaak bij ons terecht met een vraag. Een onderdeel blijft niet plakken: hoe kan dat? Of: welke soort verlijming werkt het best bij deze verbinding? Dat onderzoeken we hier.”

De inrichting van dit laboratorium - herinnert Arnold zich - was een belangrijke aanleiding voor de Lijmacademie om zich op Gate2 te vestigen. Na wat omzwervingen kwam hij hier terecht - zo’n lab, inclusief dure apparatuur en specifieke afzuiging - bekostig je namelijk niet één, twee, drie. “Ik kwam met Pierre van Kleef in contact. Wat ik met de Lijmacademie voor ogen had bleek toen heel goed te passen bij zijn visie voor Gate2”, vertelt Knottnerus. Vanuit zijn rol bij Midpoint Brabant faciliteerde Pierre en stelde hij budget beschikbaar. “Hij heeft me de inrichting van het laboratorium toen volledig toevertrouwd, ik kreeg alle vrijheid. Daardoor sluit het lab nu naadloos aan bij wat we in de praktijk nodig hebben. Alle apparaten die je hier ziet”, zegt hij, terwijl hij om zich heen wijst, “worden stuk voor stuk intensief gebruikt.”

Certificering

Het lastige aan verlijmen is dat je - als twee onderdelen eenmaal aan elkaar zitten - niet meer kunt zien of de verbinding kwalitatief goed is. Daarvoor zou je de onderdelen van elkaar moeten halen. En dat is natuurlijk juist niet de bedoeling. Op de één of andere manier moet je dus van tevoren kunnen voorspellen dat wat je aflevert, van de gewenste kwaliteit is. “Als je dat zeker weet, dan kun je je proces certificeren. En voor certificering is het belangrijk dat er controlemomenten zijn in alle stappen van je productieproces. Daarbij is opleiding van personeel een onmisbaar onderdeel.”

De Lijmacademie biedt die opleidingen. En wel voor alle lagen binnen een bedrijf: van een specialistisch engineer die ontwerpen maakt tot en met mensen op de werkvloer die het productieproces uitvoeren. Opleidingen vinden gepland plaats bij Gate2, of op verzoek bij een bedrijf.

“Belangrijk aan de opleidingen - met het oog op certificering - is dat je met alle lijmsoorten en -verbindingen om kunt gaan. Van heel grove, dikke lijmsoorten tot aan heel fijne soorten voor kleine onderdelen”, legt Arnold uit.

Dat zorgt vaak voor een mooie diverse trainingsgroep. “Dan zit er bijvoorbeeld een stevige, bonkige kerel van een bedrijf dat treinen bouwt naast een kleine dame die minuscule onderdelen in gehoorapparaten verwerkt.” In het begin is dat vak wel even aftasten, weet hij. “Maar uiteindelijk is de interactie goed en leren deelnemers ook van elkaar. Juist door dat verschil in achtergronden.” De Lijmacademie is opleidingspartner van het gerenommeerde Fraunhofer IFAM in Duitsland, en de opleiding zorgt voor internationale certificering. Dus stel dat een treinbouwer die hier is opgeleid naar Amerika vertrekt, dan is zijn certificering daar óók geldig. Trots: “En dat we dat hier kunnen bieden is best wel uniek.”

Potentie van lijmen

In de afgelopen zes jaar is de Lijmacademie flink gegroeid. In totaal leidde Arnold vanuit de campus in Rijen al meer dan honderd lijmspecialisten op, en bijna tweehonderd lijmvakmannen. Hoe ziet hij de ontwikkeling van de Lijmacademie in de toekomst voor zich?

“Ik hoop dat we dan als onderzoeksinstituut worden erkend op een vergelijkbaar niveau als bijvoorbeeld TNO”, begint hij.

Het doen van onderzoek naar lijmverbindingen is - mede dankzij het geavanceerde laboratorium - naast het opleiden een belangrijke focus van de Lijmacademie. Daarnaast hoopt hij dat de potentie van lijmen door de industrie de komende jaren nog beter wordt erkend. “Zeker voor het verbinden van kunststoffen is lijmen heel goed geschikt.” Het is nu vaak nog duwen, vertelt hij, om bedrijven ervan te overtuigen dat lijm de oplossing kan zijn.

“Als het aan mij ligt wordt er in de toekomst nog veel vaker gelijmd. Minimaal zo vaak als dat er nu gelast wordt. Het liefst nog vaker. Met lijm is ontzettend veel mogelijk.”

       


Testlab 5G van Ericsson in Rijen: “Dit gaat onze levens ingrijpend veranderen”

Dit voorjaar worden dan eindelijk de frequenties voor 5G in Nederland geveild. Op de Ericsson campus in Rijen is 5G nu al beschikbaar. Als één van de eerste plaatsen in ons land. Algemeen directeur Loet Pessers: “Sinds begin 2019 staan er 5G antennes op de campus. Daardoor kunnen we nu al onderzoeken waar de toegevoegde waarde zit. Wat kunnen we bieden als de frequenties in Nederland beschikbaar komen?”

Begin dit jaar verscheen er een vierdelige reeks in Het Parool. Of 5G een nieuwe revolutie gaat ontketenen, vroeg de krant zich hardop af. Voor Etienne Scholl (domain sales manager industry bij Ericsson), raakt dit zijn dagelijkse praktijk: “5G gaat levens ingrijpend veranderen. De overgang van 4G naar 5G is - anders dan bij de overgang van 3G - een enorme stap vooruit. Met onze testomgeving helpen we die ontwikkeling te versnellen.”

Chirurg op afstand

Wat maakt de overgang van 4G naar 5G zo ingrijpend? “5G is vele malen sneller én stabieler dan 4G. Met name voor de industrie biedt dat nieuwe mogelijkheden”, legt Etienne uit. Bij 4G duurt data versturen een paar milliseconden, bij 5G is die vertraging er niet meer. “Daardoor kunnen bedrijven bijvoorbeeld experts op afstand mee laten kijken in hun bedrijf, via augmented reality. Dan is het alsof iemand gewoon naast je loopt, terwijl hij of zij zich in werkelijkheid duizenden kilometers verderop bevindt. 5G is zelfs zó snel, dat een chirurg in theorie op afstand zou kunnen opereren. Dankzij de bijkomende stabiliteit van de verbinding zorgt dat voor een scala aan innovatie opties.”

Samen met Avans Hogescholen zet Ericsson 5G vanaf september in voor het Fieldlab Campione bij Gate2. In dit project, dat door onder andere Midpoint Brabant is geïnitieerd, staat een proefopstelling van een automatiseringsproces centraal. Dus: geavanceerde techniek die je in industriële processen tegenkomt, maar dan in het klein. Opdrachten van studenten gaan over het inrichten en onderhouden van automatiseringsprocessen. “Door 5G mee te laten draaien in dit project leren we studenten meteen al wat er mogelijk is. Met robotjes die geautomatiseerd onderhoud plegen en augmented reality om een onderdeel van binnenuit te bestuderen, bijvoorbeeld,” vertelt directeur Loet.

Ook werkt Ericsson er aan testcases, die ze straks op de markt kunnen testen. “Wij zijn zo ongeveer het enige hightech bedrijf in deze regio. Doordat Midpoint Brabant hier kennisorganisaties en onderwijs aan elkaar verbindt, biedt dat een hoop nieuwe mogelijkheden voor ons”, vervolgt hij. “Zoals de samenwerking met Avans. Als studenten van nu de techniek omarmen, is de kans natuurlijk groter dat ze er straks mee gaan werken. Dat genereert op termijn weer nieuwe markten voor ons.”

Experimenteren

Wat gebeurt er nog meer op de campus in Rijen? Ericsson richt zich wereldwijd op het leveren van infrastructuur voor alle belangrijke mobiele technologieën. Samen met haar klanten (onder andere telecomaanbieders en softwareleveranciers) zet Ericsson de eerste stappen richting gebruik van 5G in de praktijk. Daarnaast worden medewerkers alvast getraind. Zo kunnen ze de functie van 5G testen. Loet: “In het testlab kunnen ze als het ware ‘spelen’ met de nieuwe technologie. Dan laten ze bijvoorbeeld een op afstand bestuurbare auto rijden. Een beetje een gimmick, maar zo krijg je wel alvast in de vingers hoe het werkt en wat er straks mogelijk is.” Voor testen met bedrijven is het nog te vroeg, meldt hij. “Maar we zijn al wel met industriële partijen met wie we vaker samenwerken in contact. Wat zou een noodzaak voor jullie zijn? In Aken zijn we daar al wat verder mee: daar testen we use cases.”

Ecosysteem

Toch duurt het nog wel even voor 5G in bedrijfsprocessen geïntegreerd kan worden, waarschuwt Etienne. Onder meer omdat in Nederland de frequenties voor 5G dus nog niet zijn vrijgegeven: dat doet het Rijk pas dit voorjaar. Daarnaast zijn de meeste devices, machines en software nog niet klaar voor 5G. Daardoor kunnen apparaten nog niet met elkaar communiceren. “Aan dat ecosysteem wordt nu hard gewerkt. En Ericsson neemt daarin op het gebied van telecommunicatie graag het voortouw”, stelt Loet. “Dat doen we hier in Rijen, in het testlab 5G en met partners op de campus. Daarnaast is er een 5G hub op de high tech campus in Eindhoven. En we werken nauw samen met het Fraunhofer Institute in Aken. In Duitsland zijn de 5G frequenties een tijd geleden al vrijgekomen.” Hij besluit: “Bij nieuwe technologieën op het gebied van telecommunicatie zit Ericsson vooraan. We hebben veel patenten, en er is een bak aan kennis binnen ons concern. Het is mooi dat we dat hier op de Aeroparc-campus en bij Gate2 kunnen delen. Met onze partners in de markt, zoals Midpoint Brabant, en ook met Avans en haar studenten.”